Getypt instructiedocument/dienstorder.
Origineel
Getypt instructiedocument/dienstorder. 7. Om ± 8 uur wordt door ambt. 14 aan ambt. 11 het sein gegeven voor vertrek naar het perron, met uitzondering van 5, 6, en 7. Na 4 gaat eerst 7 naar het perron en stelt zich achteraan op en daarna 5 en 6 die zich tusschen 4 en 7 in opstellen.
8. De opstelling op het 1e Perron geschiedt volgens schema II. Ambt. 14 leidt de groepen naar hun plaatsen op het perron. In verband met het feit, dat de extra trein om 8.15 uur voorkomt en om 9.13 vertrekt, is het absoluut noodzakelijk, dat de arbeiders op het perron beslist model staan opgesteld op de plaatsen, zooals is uitgestippeld op het schema II. De ambtenaren van groep A worden er op gewezen, dat zij onder leiding van ambt. 13 en 14 hun uiterste best doen, dat het instappen in de coupées, hetgeen in ± 15 min. moet geschieden, vlot verloopt. Het instappen begint met kamp I na uittellen door de ambt. 13 en 14 van het benoodigde aantal coupées. De begeleidende ambtenaren laten de arbeiders niet eerder instappen, alvorens ambt. 14 voor hun kamp het aantal coupées heeft uitgeteld in samenwerking met ambt. 13. De ambtenaren 8 en 9 verzamelen de borden op het 1e. perron en de eventueel nog niet ingeleverde meldingsbewijzen der arbeiders.
9. Reisroute: Amsterdam A.S. (vertrek 9.13 uur) via Utrecht, Amersfoort, Harderwijk, Zwolle (aank. 11.52 uur) In Zwolle wordt het treinstel met de arbeiders voor Conrad afgehaakt en gaat door naar Staphorst (aankomst 12.50 uur). De arbeiders voor Twilhaar moeten overstappen gaan naar Nijverdal (aankomst 12.45) De overigen gaan met denzelfden trein door. De Vecht stapt het eerst uit in Dalfsen (aank. 12.19 uur) daarna Arriën in Ommen (aank. 12.39 uur), daarna Kloosterhaar en Balderhaar in Mariënberg (aank. 12.59) en het laatste Molengoot in Hardenberg. (aank. 13.20 uur). Bij de resp. stopplaatsen gaat de betr. begeleider naar zijn afdeeling arbeiders en maant ze uit over te stappen. Hij vindt in den regel een werkbaas aanwezig met wien hij zich voor het verder vervoer naar het kamp verstaat.
10. In de kampen dient door den begeleider in samenwerking met den kok-beheerder appèl te worden gehouden volgens de treinlijst. De ambtenaren treden in overleg met de kokbeheerders, werkleidingen en kampartsen volgens bijgaande instructies. Zij verzamelen gegevens omtrent hen op een speciaal formulier.
11. De ambtenaren 1 - 7 keeren Zondag naar Amsterdam terug. Zij bellen 's avonds na aankomst in het kamp of anders den volgenden dag vroeg den Heer Kaan op, telefoon 22703, voor rapport. Bij bijzondere gebeurtenissen tijdens den reis eventueel eerder.
12. Appèls en verzamellijsten met gegevens in te leveren bij den Heer Beek.
De kampen gaan in volgorde der nummering op een teeken van ambt. 11 naar het 1e. perron * Logistieke precisie: Het document getuigt van een zeer strakke organisatie. Er wordt gewerkt met genummerde ambtenaren (ambt. 11, 13, 14, etc.) die elk specifieke taken hebben, zoals het uittellen van treincoupés en het begeleiden van groepen.
* Tijdschema: Het tijdschema is krap (instappen in 15 minuten) en de treinbewegingen zijn gedetailleerd vastgelegd, inclusief het afhaken van treinstellen in Zwolle.
* Terminologie: Termen als "arbeiders", "begeleider", "werkbaas", "treinlijst" en "appèl" wijzen op een hiërarchische en gecontroleerde structuur, kenmerkend voor gedwongen of sterk gereguleerde tewerkstelling.
* Locaties: Het vertrekpunt is Amsterdam A.S. (Amstel Station). De bestemmingen zijn diverse werkkampen in de regio Overijssel (Vechtdal en Salland). Dit document is historisch significant omdat het de administratieve en logistieke kant belicht van de inzet van arbeiders in werkkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De genoemde kampen (Twilhaar, Conrad, Molengoot, etc.) maakten oorspronkelijk deel uit van de Rijksdienst voor de Werkverruiming, maar werden in 1942 door de Duitse bezetter gevorderd.
In het bijzonder de kampen Twilhaar (Nijverdal), Molengoot (Hardenberg) en Balderhaar (Mariënberg) stonden bekend als 'Joodse werkkampen'. Joodse mannen uit Amsterdam werden hier in 1942 tewerkgesteld onder het mom van werkverruiming, om later vanuit deze kampen massaal te worden gedeporteerd naar kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigingskampen. De genoemde "Heer Kaan" en "Heer Beek" waren functionarissen binnen deze organisatie. De zakelijke, bijna kille toon van het document contrasteert scherp met de tragische historische realiteit van deze transporten.