Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 74
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief/beschikking.

9 augustus 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële brief/beschikking. 9 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, bovenaan midden:] Verzonden 9/8
[Handgeschreven, rechtsboven:] zo en l.u.d. [?]
[Getypt, rechtsboven:] HG.

den Heer L. van Kolm,
Lepelstraat 85 III,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 10.
25/152/22 M.
9 Augustus 1940.

Mij is gerapporteerd, dat U zich op Vrijdag 2 Augustus jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assisteeren, terwijl U daarvoor dezerzijds geen toestemming was verleend. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 7 Mei jl. (No. 25/83/5 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 2 Augustus jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van een dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Maandag 12 en Dinsdag 13 Augustus a.s.

De Directeur, * Aanleiding: De heer L. van Kolm heeft op de Albert Cuypmarkt hulp gehad van een assistent zonder dat hij daar de vereiste toestemming voor had.
* Juridische consequentie: Deze overtreding zorgt ervoor dat een eerdere voorwaardelijke straf (van 7 mei 1940) wordt omgezet in een onvoorwaardelijke straf. Daarnaast krijgt hij voor de nieuwe overtreding van 2 augustus een extra dag schorsing opgelegd.
* Sanctie: De heer Van Kolm mag gedurende twee dagen (maandag 12 en dinsdag 13 augustus 1940) geen standplaats innemen op de Amsterdamse markten.
* Toon: De brief is kort, zakelijk en streng-administratief. Het typeert de nauwgezette controle op marktkooplieden door de gemeentelijke diensten in die periode. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1940). Hoewel de brief een reguliere administratieve tuchtmaatregel betreft over marktregels, is de context van de geadresseerde en de locatie van belang. De Lepelstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De Albert Cuypmarkt was een plek waar veel Joodse kooplieden werkten.

In de zomer van 1940 begonnen de eerste beperkende maatregelen voor de Joodse bevolking vorm te krijgen, hoewel de grote uitsluiting van markten pas later in de oorlog (1941) officieel werd doorgevoerd via specifieke verordeningen. Documenten als deze tonen aan hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie bleef functioneren en streng toezag op de naleving van marktverordeningen, in een tijd waarin de druk op de Joodse Amsterdammers snel toenam. De familie Van Kolm is een bekende naam in de annalen van de Amsterdamse Joodse marktkooplieden; velen van hen zijn tijdens de Holocaust weggevoerd en vermoord.

Samenvatting

  • Aanleiding: De heer L. van Kolm heeft op de Albert Cuypmarkt hulp gehad van een assistent zonder dat hij daar de vereiste toestemming voor had.
  • Juridische consequentie: Deze overtreding zorgt ervoor dat een eerdere voorwaardelijke straf (van 7 mei 1940) wordt omgezet in een onvoorwaardelijke straf. Daarnaast krijgt hij voor de nieuwe overtreding van 2 augustus een extra dag schorsing opgelegd.
  • Sanctie: De heer Van Kolm mag gedurende twee dagen (maandag 12 en dinsdag 13 augustus 1940) geen standplaats innemen op de Amsterdamse markten.
  • Toon: De brief is kort, zakelijk en streng-administratief. Het typeert de nauwgezette controle op marktkooplieden door de gemeentelijke diensten in die periode.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1940). Hoewel de brief een reguliere administratieve tuchtmaatregel betreft over marktregels, is de context van de geadresseerde en de locatie van belang. De Lepelstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De Albert Cuypmarkt was een plek waar veel Joodse kooplieden werkten.

In de zomer van 1940 begonnen de eerste beperkende maatregelen voor de Joodse bevolking vorm te krijgen, hoewel de grote uitsluiting van markten pas later in de oorlog (1941) officieel werd doorgevoerd via specifieke verordeningen. Documenten als deze tonen aan hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie bleef functioneren en streng toezag op de naleving van marktverordeningen, in een tijd waarin de druk op de Joodse Amsterdammers snel toenam. De familie Van Kolm is een bekende naam in de annalen van de Amsterdamse Joodse marktkooplieden; velen van hen zijn tijdens de Holocaust weggevoerd en vermoord.