Oproepkaart/registratiekaart van het marktwezen.
Origineel
Oproepkaart/registratiekaart van het marktwezen. 14 augustus 1940. [Linkerzijde]
№ 25/153/24 .. 1940
Opgeroepen per
(datum) (uur)
14/8. '40. 9:.....
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Alb. Cuypstr.
V.KK. 354
Aan A. Hes.
Waterloopl. 19 III
[Rechterzijde]
Aanteekeningen Inspecteur:
heeft geen handel
(visch) en vent thans
met wat fruit; hiermede
kan hij op de markt niets ver-
dienen; zal schriftelijk uitstel
vragen tot 1 October 1940
[paraaf]
14/8 '40 * Onderwerp: De kaart betreft een officiële waarschuwing of oproep aan een marktkoopman, de heer A. Hes, omdat hij zijn toegewezen staanplaats op de Albert Cuypmarkt niet regelmatig bezet.
* Persoonsgegevens: De geadresseerde woont aan het Waterlooplein 19 drie-hoog, destijds een centrale plek in de Amsterdamse Jodenbuurt.
* Inhoudelijke bevindingen: Uit de aantekeningen van de inspecteur blijkt een moeizame economische situatie. De heer Hes is gestopt met zijn oorspronkelijke handel in vis en probeert nu wat te verdienen door met fruit te venten. De inspecteur concludeert dat deze handel op de markt niet rendabel is ("kan hij op de markt niets verdienen").
* Procedure: Er is afgesproken dat de betrokkene schriftelijk uitstel zal aanvragen tot 1 oktober 1940 om zijn situatie te regelen of zijn plaatsgebruik te herzien. * Historische periode: De datum op het document is 14 augustus 1940, slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Sociaal-economische context: Veel marktkooplieden op de Albert Cuypstraat en het Waterlooplein waren van Joodse afkomst. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse administratieve werkelijkheid en de economische strijd van kleine handelaren aan het begin van de oorlog. De verschuiving van vis naar fruitventen duidt mogelijk op schaarste of veranderde handelsvoorwaarden.
* Bestuurlijke context: Het document illustreert de strikte controle van de gemeente (Marktwezen) op het gebruik van marktplaatsen. Het niet bezetten van een plek kon leiden tot het intrekken van de vergunning, wat voor velen de enige bron van inkomsten was.