Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie). 13 augustus 1940. J. Waterman, Retiefstraat 50 I, Amsterdam O. De Heer Inspecteur van den Dienst Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven, paarse stempel en handgeschreven:]
№ 25/153/kg M. 1940 14/8
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 13 - 8 - '40.
[Midden boven:]
Aan den Heer Inspecteur
van den dienst
Marktwezen te
Amsterdam.
[In de marge, handgeschreven:]
n.i. Insp.
[Brieftekst:]
Mijnheer,
Naar aanleiding van een ontvangen schrijven d.d. 10 Aug. no. 25/153/10 M., van den directeur van Marktwezen waarin ik de gelegenheid kreeg het een en ander te bespreken aangaande een voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat, verzoek ik U beleefd indien mogelijk een andere datum vast te stellen aangezien ik op 14 Aug. verhinderd ben bij U te verschijnen.
Inmiddels teken ik,
hoogachtend,
J. Waterman.
[Linksonder:]
Retiefstraat 50 I
Amsterdam O. Het document is een formeel schrijven van een burger (J. Waterman) aan de Amsterdamse Dienst Marktwezen. De brief is geschreven in een beleefde, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor de eerste helft van de 20e eeuw ("verzoek ik U beleefd", "teken ik hoogachtend").
De kern van de brief is een administratief verzoek: de afzender is opgeroepen voor een gesprek op 14 augustus over een "voorkeurskaart" (een vergunning of prioriteitsbewijs voor een vaste staanplaats) op de Albert Cuypmarkt. Omdat de afzender op die specifieke dag verhinderd is, wordt gevraagd om een nieuwe afspraak.
Het handschrift is een vlot, hellend cursief (Latijns schrift), goed leesbaar en getuigt van een zekere mate van scholing. De aantekening "n.i. Insp." (naar inspecteur) in de kantlijn duidt op de interne doorgeleiding binnen de ambtelijke dienst. De brief is gedateerd op 13 augustus 1940, slechts drie maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve kwestie lijkt, is de historische context beladen:
- Marktwezen in oorlogstijd: De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Tijdens de bezetting werd de regelgeving op de markten steeds strenger, eerst door schaarste en distributie, en later door racistische uitsluiting.
- Joodse context: De naam 'Waterman' en het adres 'Retiefstraat' (gelegen in de Transvaalbuurt) wijzen met grote waarschijnlijkheid op een afzender van Joodse afkomst. De Transvaalbuurt was in 1940 een wijk met een zeer grote Joodse populatie.
- Toenemende beperkingen: Hoewel de grootschalige verwijdering van Joodse kooplieden van de markten pas later in 1941 formeel werd vastgelegd, waren de voorbereidingen en de inventarisatie van de "Joodse invloed" op de handel in de zomer van 1940 al in volle gang. Dit document legt een moment vast waarop een Joodse Amsterdammer nog op reguliere wijze probeerde zijn handelsbelangen te behartigen bij de gemeentelijke instanties, vlak voordat de uitsluiting door de bezetter het openbare leven volledig zou lamleggen.