Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 150
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven administratieve notitie of uittreksel uit een register.

Origineel

Handgeschreven administratieve notitie of uittreksel uit een register. J. v.d. Kar. Lange Houtstraat 40 I
25/155-12 M 39 17/9 Waarschuwing i.z. assistentie
door zoontje van 14 jaar zonder vergunning.

J. van Os. Jodenbreestraat 11 I
25/167/1 M 39 1/10 gewaarschuwd tegen assistentie
25/221/2 M 39 20/11 Wegens 2e assistent
1 dag voorwaardelijk geschorst.

A. van Velzen Jodenbreestraat 19 II mondel. waarschuw.
voor beide feiten aantekenen op slip. D.

J. van Velzen Jodenbreestraat 54 III

genoteerd op slips
Nabergen
[Handtekening/Paraaf] 14/8 '40 * Onderwerp: Het document fungeert als een register van overtredingen en disciplinaire maatregelen binnen de regelgeving voor (waarschijnlijk) straathandel of markten in Amsterdam.
* Inhoudelijke details:
* J. v.d. Kar: Krijgt op 17 september 1939 een waarschuwing omdat hij zijn 14-jarige zoon laat helpen zonder de vereiste vergunning.
* J. van Os: Ontvangt eerst een waarschuwing (1 oktober 1939) en wordt later (20 november 1939) voor één dag voorwaardelijk geschorst vanwege het inzetten van een tweede assistent.
* A. van Velzen: Krijgt een mondelinge waarschuwing. De instructie "voor beide feiten aantekenen op slip" wijst op een administratieve koppeling met een persoonskaart (de 'slip').
* J. van Velzen: Enkel de naam en het adres worden vermeld, mogelijk als voorbereiding voor een volgende mutatie.
* Administratieve terminologie:
* De codes (bijv. 25/155-12 M 39) verwijzen vermoedelijk naar dossiernummers of proces-verbalen uit het jaar 1939.
* "Slips" verwijst naar de individuele registratiekaarten die door de betreffende instantie werden bijgehouden voor vergunninghouders.
* De naam "Nabergen" is vermoedelijk de ambtenaar die de mutaties heeft verwerkt of gecontroleerd. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse straathandel aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De vermelde locaties, met name de Jodenbreestraat en de Lange Houtstraat, bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.

Hoewel de genoteerde overtredingen (het inzetten van onvergunde assistenten) op het eerste gezicht routinematig en puur administratief lijken, is de datering van belang. De laatste aantekening is van 14 augustus 1940, drie maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode begon de Duitse bezetter, in samenwerking met de Nederlandse bureaucratie, de grip op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten te verstevigen. Registers zoals deze, waarin overtredingen nauwgezet werden bijgehouden op "slips", zouden kort daarna gebruikt worden voor de systematische uitsluiting van Joodse handelaren van de markten en uit het openbare leven.

Samenvatting

  • Onderwerp: Het document fungeert als een register van overtredingen en disciplinaire maatregelen binnen de regelgeving voor (waarschijnlijk) straathandel of markten in Amsterdam.
  • Inhoudelijke details:
    • J. v.d. Kar: Krijgt op 17 september 1939 een waarschuwing omdat hij zijn 14-jarige zoon laat helpen zonder de vereiste vergunning.
    • J. van Os: Ontvangt eerst een waarschuwing (1 oktober 1939) en wordt later (20 november 1939) voor één dag voorwaardelijk geschorst vanwege het inzetten van een tweede assistent.
    • A. van Velzen: Krijgt een mondelinge waarschuwing. De instructie "voor beide feiten aantekenen op slip" wijst op een administratieve koppeling met een persoonskaart (de 'slip').
    • J. van Velzen: Enkel de naam en het adres worden vermeld, mogelijk als voorbereiding voor een volgende mutatie.
  • Administratieve terminologie:
    • De codes (bijv. 25/155-12 M 39) verwijzen vermoedelijk naar dossiernummers of proces-verbalen uit het jaar 1939.
    • "Slips" verwijst naar de individuele registratiekaarten die door de betreffende instantie werden bijgehouden voor vergunninghouders.
    • De naam "Nabergen" is vermoedelijk de ambtenaar die de mutaties heeft verwerkt of gecontroleerd.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse straathandel aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De vermelde locaties, met name de Jodenbreestraat en de Lange Houtstraat, bevonden zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.

Hoewel de genoteerde overtredingen (het inzetten van onvergunde assistenten) op het eerste gezicht routinematig en puur administratief lijken, is de datering van belang. De laatste aantekening is van 14 augustus 1940, drie maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode begon de Duitse bezetter, in samenwerking met de Nederlandse bureaucratie, de grip op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten te verstevigen. Registers zoals deze, waarin overtredingen nauwgezet werden bijgehouden op "slips", zouden kort daarna gebruikt worden voor de systematische uitsluiting van Joodse handelaren van de markten en uit het openbare leven.