Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of archiefkopie) met handgeschreven kanttekeningen. 23 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeentelijke Dienst). Den Heer E. Voorzanger, 2e Jan Steenstraat 32, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, linksboven:] extra
[Handgeschreven, rechtsboven:] Lex M. de Raer. [of Lev. M. de Raer.]
[Rechtsboven getypt:] VP/HG.
den Heer E. Voorzanger,
2e Jan Steenstraat 32,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
25/160/2 M. 23 Augustus 1940.
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 15 Juli jl. bericht ik U, dat U, zoolang U niet een voorkeurskaart is uitgereikt, niet verplicht is een plaats op de markt Albert Cuypstraat te bezetten.
De Directeur, Deze korte zakelijke brief is een antwoord op een verzoek of mededeling van de heer Voorzanger van ruim een maand eerder (15 juli 1940). De essentie van de brief is een verduidelijking van de marktreglementen op dat moment: zolang een marktkoopman geen 'voorkeurskaart' heeft ontvangen, rust op hem niet de plicht om zijn toegewezen standplaats op de Albert Cuypmarkt daadwerkelijk te bezetten.
De toon is formeel en ambtelijk. De afkortingen 'VP/HG' en het dossiernummer wijzen op een gestroomlijnde administratieve afhandeling binnen een gemeentelijke instelling. De handgeschreven aantekening "extra" suggereert een bijzondere status of een afwijkende behandeling van dit specifieke dossier. De datum van de brief, 23 augustus 1940, is van groot historisch belang. Nederland was op dat moment drie maanden bezet door nazi-Duitsland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam, gelegen in de wijk 'De Pijp'.
De naam van de geadresseerde, E. Voorzanger, is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. In de zomer van 1940 begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter vorm te krijgen, hoewel de grote uitsluiting van Joden van de openbare markten pas later (vanaf 1941) officieel en dwingend werd doorgevoerd.
Het feit dat de heer Voorzanger informeerde of hij verplicht was zijn plaats te bezetten, kan te maken hebben met de onzekere situatie voor Joodse handelaren of de algemene economische ontregeling vlak na de capitulatie. De 'voorkeurskaart' was een instrument van het Marktwezen om vaste plaatsen toe te wijzen aan handelaren die aan bepaalde criteria voldeden. Het document geeft een inkijkje in de bureaucratische omgang met marktvergunningen in de vroege dagen van de bezetting.