Handgeschreven brief (correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie). 21 augustus 1940 (ontvangen/geregistreerd op 23 augustus 1940). C.H. Blanken, Vasco da Gamastraat 126 II, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Stadhuis, Amsterdam. No 25 17 / 1 M. 1940 23/8
Amsterdam 21. 8. 40
Aan de Wel Edele Heer
Directeur v/h Marktwezen Stadhuis
Wel Edele Heer
Heden door mij een kennis-
geving van u ontvangen over het niet bezoeken der
dag markt op de Albert Cuijpstraat.
De oorzaak daarvan is deze.
gedurende de periode dat er weinig fruit was
moest ik met een ander artikel trachten in
het onderhoud van mijn gezin te voorzien
Zoodoende moest ik mij op de markt melden.
Indien het mij maar beter was gegaan had ik van
de welwillende medewerking van Mijnheer Moerkerke
gebruik gemaakt op de markt met mijn voorkeurs-
kaart, doch helaas dat is niet het geval.
Thans heb ik weder mijn standplaats bezet aan
het wetering plantsoen zoodat ik geen gebruik
kan maken van deze voorkeurskaart.
Ik achtte het eenigzins formeel u hiervan in
kennis te stellen.
Hoog achtend C.H. Blanken
Vasco da Gamastr
126 II
Alhier De brief is een formele reactie van een marktkoopman op een schrijven van de gemeente. De gemeente Amsterdam (Dienst Marktwezen) had blijkbaar geconstateerd dat de heer Blanken zijn toegewezen plek op de Albert Cuypmarkt niet innam.
De brief is representatief voor de bureaucratische omgang in die tijd en de kwetsbare positie van kleine zelfstandigen. De afzender legt uit dat hij vanwege schaarste aan fruit (zijn reguliere handelswaar) genoodzaakt was om ergens anders met een ander artikel te staan om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Hij meldt nu formeel dat hij weer op zijn vaste plek aan het Weteringplantsoen staat en daarom afstand doet van (of geen gebruik maakt van) zijn voorkeurskaart voor de Albert Cuypmarkt. De blauwe onderstreping in de tekst geeft aan dat de behandelend ambtenaar dit als de belangrijkste informatie voor het dossier beschouwde. * Historische periode: De brief dateert van augustus 1940, slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting nog in een relatief 'milde' beginfase zat, waren de eerste tekenen van schaarste en distributie (zoals hier met fruit) al voelbaar.
* Albert Cuypmarkt: Reeds in 1940 was dit een van de belangrijkste markten van de stad. Het bezit van een "voorkeurskaart" was essentieel voor een standplaatshouder om een goede plek te garanderen.
* Marktwezen: Het Marktwezen hield streng toezicht op het gebruik van standplaatsen. Wie zijn plek onbeheerd liet zonder geldige reden, liep het risico zijn vergunning te verliezen. De heer Blanken schrijft deze brief dan ook uit zelfbehoud, om zijn officiële status als koopman niet in gevaar te brengen. Blanken schrijft (De heer) C.H. Blanken Gemeente Amsterdam Marktwezen Stadhuis