Handgeschreven zakelijke correspondentie (briefkaart-formaat).
Origineel
Handgeschreven zakelijke correspondentie (briefkaart-formaat). 27 augustus 1940 (gebaseerd op stempel: 27-8-40). W. Cohen. De Inspecteur van het Marktwezen (Amsterdam). A. dam. 27-8-40 [stempel]
N^o 25/172/1 M.1940 [stempel]
Insp. [handgeschreven]
Aan den W.E. heer Inspecteur
v. h. Marktwezen
Mijnheer
Hierdoor deel ik U mede, dat ik met den
marktmeester v.d. Albert Cuypstraat den
heer Moerkerken, heb afgehandeld over het
gebruik maken der voorkeurskaart voor de
Albert Cuypstraat. Op dit moment is het voor
ons niet doende, geregeld gebruik te
maken, indien mogelijk hopen wij
weer spoedig van de voorkeur gebruik
te maken
Hoogachtend
W. Cohen. * Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, vooroorlogs Nederlands. Woorden als "den", "mede" en de aanhef "W.E. heer" (WelEdele heer) zijn typerend voor de zakelijke correspondentie uit die tijd. De term "niet doende" wordt hier gebruikt in de betekenis van 'niet doenlijk' of 'niet haalbaar'.
* Inhoud: De afzender, W. Cohen, informeert de inspectie dat hij na overleg met de marktmeester (de heer Moerkerken) heeft besloten om voorlopig geen gebruik te maken van zijn 'voorkeurskaart' voor een staanplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij spreekt echter wel de hoop uit dit in de toekomst weer te kunnen doen.
* Fysieke kenmerken: De brief is voorzien van ambtelijke stempels voor archivering en datering. De vermelding "A. dam." bovenin bevestigt dat de correspondentie betrekking heeft op de Amsterdamse markt. Dit document stamt uit augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam van de afzender, W. Cohen, duidt op een joodse achtergrond. In deze vroege fase van de bezetting waren de anti-joodse maatregelen nog in ontwikkeling, maar de sfeer van onzekerheid en de eerste beperkingen voor joodse ondernemers en marktkooplieden begonnen voelbaar te worden.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam met van oudsher veel joodse kooplieden. Een 'voorkeurskaart' was een essentieel document voor een vaste, gunstige staanplaats. Dat Cohen aangeeft dat het op dat moment "niet doende" is om de kaart te gebruiken, kan duiden op persoonlijke omstandigheden, maar is in historisch perspectief waarschijnlijk gelinkt aan de toenemende druk op en uitsluiting van joden uit het economische leven. Vanaf september 1941 werd het joden officieel verboden om op niet-joodse markten te staan; deze brief uit 1940 kan een vroege aanwijzing zijn van het vrijwillig of gedwongen terugtrekken van joodse kooplui uit de openbare ruimte. W. Cohen Marktwezen