Oproepingskaart/inspectierapport van de marktinventarisatie.
Origineel
Oproepingskaart/inspectierapport van de marktinventarisatie. 26 augustus 1940 (registratie), 28 augustus 1940 (oproep). [Linkerzijde]
Nº 25/174/3 M. 1940 26/8
Opgeroepen per
(datum) 28 Aug. 40 (uur) 9 u. - 12 u.
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Alb. Cuypstraat
pl. 48.
(4-7-40 gew.)
Aan J. v.d. Kar
Amazonenstraat 47 II
[Rechterzijde]
Aanteekeningen Inspecteur:
heeft winkel achter plaats.
winkelmeisje was ziek
en v. d. Kar kon toen
winkel niet alleen laten.
Komt thans weer
regelmatig!
JvD [paraaf] 28/8 40
Th. v. Moerkerken
Ter kennisneming en retour
[onleesbare paraaf]
30/8-40 v.d. Horst
opb R. Dit document is een administratieve kaart betreffende het markttoezicht in Amsterdam. De marktkoopman J. van de Kar wordt ter verantwoording geroepen omdat hij zijn toegewezen standplaats (nummer 48) op de Albert Cuypmarkt niet regelmatig bezette. De aantekening "4-7-40 gew." suggereert dat hij op 4 juli 1940 al eerder was gewaarschuwd.
De inspecteur (geparafeerd als JvD) geeft een verklaring voor de afwezigheid: Van de Kar drijft tevens een winkel direct achter zijn marktplaats. Vanwege de ziekte van zijn winkelmeisje kon hij de winkel niet onbeheerd achterlaten om op de markt te staan. De inspecteur concludeert positief dat de koopman inmiddels weer regelmatig op de markt aanwezig is. Het document is vervolgens geaccordeerd door Th. v. Moerkerken en op 30 augustus 1940 definitief afgehandeld ("Ter kennisneming en retour") door een ambtenaar genaamd Van de Horst. Het document is gedateerd in augustus 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam. De naam "Van de Kar" is een zeer bekende naam binnen de Joods-Amsterdamse gemeenschap, en de Amazonenstraat in de Stadionbuurt was een straat waar in die tijd veel Joodse gezinnen woonden.
In deze periode van de bezetting functioneerde het Nederlandse ambtenarenapparaat, waaronder de marktinventarisatie, nog grotendeels volgens de bestaande regels. Echter, niet lang na de datum van dit document zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter worden geïntensiveerd, wat uiteindelijk zou leiden tot het verbod voor Joden om op openbare markten te staan en de instelling van specifieke "Joodse markten" in 1941. Dit document toont de laatste fase van de 'normale' marktadministratie voordat deze discriminerende maatregelen de handel voor Joodse ondernemers onmogelijk maakten. J. v.d. Kar