Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 237
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke adviesnota betreffende marktbeheer.

9 september 1940. Van: Waarschijnlijk A.J.M. van Schaik (handtekening onderaan). Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke adviesnota betreffende marktbeheer. 9 september 1940. Waarschijnlijk A.J.M. van Schaik (handtekening onderaan). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Advies op No. 257/1940 Urecht

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek van C. Papegaay,
pl. 130 AC, diene het volgende:
Papegaay is een slechte plaatsbezetter: in de
periode van 12 Febr. 40 t/m 7 Sept. '40, d.i. 30 weken, heeft
hij tien malen gebruik gemaakt van zijn markt-
plaats.
Dit vindt zijn oorzaak in het feit, dat hij zijn boter-
ham buiten het marktterrein tracht te verdienen.
Zooals hij schrijft, heeft hij thans een zaak in
perceel Lepelstraat 50 b, terwijl hij voordien een
koffiehuis exploiteerde.
M.i. is hem voldoende tijd gegeven om zich op
andere wijze in te stellen om in zijn onderhoud
te voorzien, zoodat ik adviseer, dat het verzoek
wordt afgewezen.

Amst. 9 Sept '40
[Handtekening: A.J.M. van Schaik] * Inhoud: De brief is een formeel advies om een niet nader gespecificeerd verzoek van de heer C. Papegaay af te wijzen. De reden hiervoor is dat Papegaay zijn marktplaats (nummer 130 AC) onvoldoende benut: in dertig weken tijd is hij slechts tien keer verschenen.
* Motivering: De ambtenaar stelt dat de verzoeker zijn inkomen ("boterham") elders tracht te verdienen. Hij heeft blijkbaar een vaste winkel geopend in de Lepelstraat 50 b (Amsterdam) en hield voorheen een koffiehuis. De ambtenaar vindt dat de man genoeg tijd heeft gehad om zijn zaken op orde te krijgen en adviseert daarom streng te zijn.
* Toon: De toon is zakelijk, direct en licht veroordelend ("slechte plaatsbezetter"). Het weerspiegelt de strikte handhaving van marktreglementen in die tijd. * Historische context: Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide het dagelijks gemeentelijk apparaat en de bureaucreatie in deze periode grotendeels door volgens de bestaande vooroorlogse regels.
* Sociaal-economisch: De Lepelstraat bevindt zich in de Amsterdamse Jodenbuurt. In 1940 waren veel marktkooplieden daar van Joodse afkomst. Hoewel de brief hier niet expliciet naar verwijst, is de datum (vlak voor de invoering van de eerste grote anti-Joodse maatregelen door de bezetter) relevant voor het bredere geschiedkundige beeld van de Amsterdamse markten.
* Taalgebruik: Het gebruik van archaïsche spelling zoals "zoodat" en de beleefdheidsvormen ("Den Heer Inspecteur", "M.i." voor mijns inziens) is typerend voor de ambtelijke correspondentie van het midden van de 20e eeuw.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een formeel advies om een niet nader gespecificeerd verzoek van de heer C. Papegaay af te wijzen. De reden hiervoor is dat Papegaay zijn marktplaats (nummer 130 AC) onvoldoende benut: in dertig weken tijd is hij slechts tien keer verschenen.
  • Motivering: De ambtenaar stelt dat de verzoeker zijn inkomen ("boterham") elders tracht te verdienen. Hij heeft blijkbaar een vaste winkel geopend in de Lepelstraat 50 b (Amsterdam) en hield voorheen een koffiehuis. De ambtenaar vindt dat de man genoeg tijd heeft gehad om zijn zaken op orde te krijgen en adviseert daarom streng te zijn.
  • Toon: De toon is zakelijk, direct en licht veroordelend ("slechte plaatsbezetter"). Het weerspiegelt de strikte handhaving van marktreglementen in die tijd.

Historische Context

  • Historische context: Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide het dagelijks gemeentelijk apparaat en de bureaucreatie in deze periode grotendeels door volgens de bestaande vooroorlogse regels.
  • Sociaal-economisch: De Lepelstraat bevindt zich in de Amsterdamse Jodenbuurt. In 1940 waren veel marktkooplieden daar van Joodse afkomst. Hoewel de brief hier niet expliciet naar verwijst, is de datum (vlak voor de invoering van de eerste grote anti-Joodse maatregelen door de bezetter) relevant voor het bredere geschiedkundige beeld van de Amsterdamse markten.
  • Taalgebruik: Het gebruik van archaïsche spelling zoals "zoodat" en de beleefdheidsvormen ("Den Heer Inspecteur", "M.i." voor mijns inziens) is typerend voor de ambtelijke correspondentie van het midden van de 20e eeuw.

Locaties

Amsterdam ("Amst.").