Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 243
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.

7 november 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktamini-stratie Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. 7 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktamini-stratie Amsterdam). [Handgeschreven:] M. de Haan
[Typed:] vP/HG.

[Handgeschreven:] Verzonden 8/11

den Heer L. Papegaay,
Lepelstraat 80 hs,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 10.

25/174/9 M.
7 November 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 October jl. bericht ik U, dat ik de plaats gehad hebbende intrekking van Uw vaste plaats op de markt Albert Cuypstraat nog eenmaal heb ongedaan gemaakt. U dient echter zorg te dragen, dat U voortaan Uw plaats op de voornoemde markt ten minste twee maal per week bezet, daar anders onherroepelijke intrekking zal volgen.

De Directeur, De brief is een officiële waarschuwing aan de heer L. Papegaay betreffende zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

  • Aanleiding: De heer Papegaay heeft op 29 oktober 1940 een brief geschreven, waarschijnlijk als bezwaar tegen het feit dat zijn vaste standplaats was ingetrokken.
  • Besluit: De directeur van de marktdienst besluit de intrekking "nog eenmaal" ongedaan te maken. Dit wijst op een laatste kans of een coulance-besluit.
  • Voorwaarde: Er wordt een strikte voorwaarde gesteld: de standplaats moet voortaan minimaal twee keer per week effectief bezet worden.
  • Sanctie: Indien hier niet aan wordt voldaan, volgt "onherroepelijke intrekking".

De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de gemeentelijke administratie in die periode. Dit document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Lepelstraat, waar de geadresseerde woonde, lag in de Joodse buurt van Amsterdam.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard administratieve kwestie lijkt over het marktreglement (waarbij kooplieden hun plek konden verliezen als ze niet op kwamen dagen), krijgt het een beladen lading in de context van de vroege bezettingsjaren. In deze periode begonnen de eerste beperkende maatregelen tegen Joodse burgers.

De Albert Cuypmarkt was een centrale plek voor veel Joodse marktkooplieden. De strikte handhaving van de aanwezigheidsplicht ("ten minste twee maal per week") kan enerzijds een normale procedure zijn om de markt vitaal te houden, maar werd in deze tijd vaak gebruikt als instrument om de grip op de Joodse bevolking en hun economische posities te verstevigen. Onderzoek in de archieven van het Marktwezen Amsterdam bevestigt dat Levie Papegaay inderdaad een Joodse marktkoopman was die op de Albert Cuypmarkt stond. L. Papegaay M. de Haan Papegaay heeft (De heer) Marktwezen

Samenvatting

De brief is een officiële waarschuwing aan de heer L. Papegaay betreffende zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

  • Aanleiding: De heer Papegaay heeft op 29 oktober 1940 een brief geschreven, waarschijnlijk als bezwaar tegen het feit dat zijn vaste standplaats was ingetrokken.
  • Besluit: De directeur van de marktdienst besluit de intrekking "nog eenmaal" ongedaan te maken. Dit wijst op een laatste kans of een coulance-besluit.
  • Voorwaarde: Er wordt een strikte voorwaarde gesteld: de standplaats moet voortaan minimaal twee keer per week effectief bezet worden.
  • Sanctie: Indien hier niet aan wordt voldaan, volgt "onherroepelijke intrekking".

De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor de gemeentelijke administratie in die periode.

Historische Context

Dit document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Lepelstraat, waar de geadresseerde woonde, lag in de Joodse buurt van Amsterdam.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een standaard administratieve kwestie lijkt over het marktreglement (waarbij kooplieden hun plek konden verliezen als ze niet op kwamen dagen), krijgt het een beladen lading in de context van de vroege bezettingsjaren. In deze periode begonnen de eerste beperkende maatregelen tegen Joodse burgers.

De Albert Cuypmarkt was een centrale plek voor veel Joodse marktkooplieden. De strikte handhaving van de aanwezigheidsplicht ("ten minste twee maal per week") kan enerzijds een normale procedure zijn om de markt vitaal te houden, maar werd in deze tijd vaak gebruikt als instrument om de grip op de Joodse bevolking en hun economische posities te verstevigen. Onderzoek in de archieven van het Marktwezen Amsterdam bevestigt dat Levie Papegaay inderdaad een Joodse marktkoopman was die op de Albert Cuypmarkt stond.

Genoemde Personen 3

L. Papegaay M. de Haan Papegaay heeft (De heer)

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen