Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 342
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbericht/Rapport van de marktinspectie.

21 september 1940.

Origineel

Ambtsbericht/Rapport van de marktinspectie. 21 september 1940. [Stempel/kenmerk linksboven:]
№ 25 / 198 / 1 M. 1940 27/9

[Rechtsboven:]
Den Heere Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

[Midden:]
Rapport

Op Zaterdag 21 September 1940 bleek mij dat
de volgende kooplieden zich lieten assisteeren
zonder daartoe toestemming te hebben van den
Directeur v/h Marktwezen.

Pl. №: 230 M. Hangjas (jongen)
" " 220 Mevr Kohan (jongen)
" " 212 J. v. Fromentang (meisje)
" " 248 J. Ensel (man)

Pl. № 153 J de Kort Medenburg (plaats vrij
laten gelijk.

[Linksonder - aantekeningen strafblad/antecedenten:]
M. Hangjas. Rapenburgerstraat 16 Ⅱ
25/192/5 i/39 20/10 1 dag voorw.
gestraft wegens assist. zonder toestemming.
25/69/2 i/40 10/11 2 weken geschorst
wegens onbehoorlijk wegwerktuig.

J. Ensel 1e v.d. Helststraat 13 Ⅲ
25/133/3 dno 18/11 1 dag voorwaardelijk geschorst (niet
tijdig markt verlaten)

[Rechtsonder:]
Amsterdam 21/9 '40
[Handtekening, mogelijk Smakman]

[Onderaan midden:]
2.0.2 * Inhoud: Het document is een formeel rapport waarin een marktemployé rapporteert over vier kooplieden die onbevoegde assistenten bij hun kraam hadden. In die tijd was het strikt gereguleerd wie er op de markt mocht werken; assistenten moesten officieel vergund zijn door de Directeur van het Marktwezen.
* Personen: Genoemde namen zijn M. Hangjas, Mevrouw Kohan, J. v. Fromentang en J. Ensel. De aantekeningen onderaan tonen aan dat Hangjas en Ensel vaker in aanraking waren gekomen met de marktpolitie.
* Terminologie:
* Assisteeren: Het helpen bij de verkoop of het bemannen van de marktkraam.
* Voorw. (Voorwaardelijk): Een straf die pas ten uitvoer wordt gelegd bij een volgende overtreding.
* Wegwerktuig: Waarschijnlijk een handkar of transportmiddel dat niet aan de voorschriften voldeed of onjuist was geplaatst.
* Schrift: Het document is geschreven in een zakelijk Nederlands cursieflopend schrift, typisch voor de administratie van het midden van de 20e eeuw. Dit rapport dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het hier gaat om een reguliere handhaving van marktregels door de Amsterdamse gemeentelijke dienst, is de historische context van belang. De genoemde adressen (Rapenburgerstraat en 1e van der Helststraat) bevonden zich in wijken met een grote Joodse populatie. Veel marktkooplieden in Amsterdam waren Joods. In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter de sfeer op de markten te beïnvloeden, al lijkt dit specifieke document nog een weerslag van de normale bureaucratische controle op het marktreglement. De strikte controle op 'assistentie' was vaak bedoeld om illegale onderverhuur van marktplaatsen tegen te gaan. Genoemde namen zijn M. Hangjas Mevrouw Kohan J. v. Fromentang en J. Ensel. De aantekeningen onderaan tonen aan dat Hangjas en Ensel vaker in aanraking waren gekomen met de marktpolitie.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een formeel rapport waarin een marktemployé rapporteert over vier kooplieden die onbevoegde assistenten bij hun kraam hadden. In die tijd was het strikt gereguleerd wie er op de markt mocht werken; assistenten moesten officieel vergund zijn door de Directeur van het Marktwezen.
  • Personen: Genoemde namen zijn M. Hangjas, Mevrouw Kohan, J. v. Fromentang en J. Ensel. De aantekeningen onderaan tonen aan dat Hangjas en Ensel vaker in aanraking waren gekomen met de marktpolitie.
  • Terminologie:
    • Assisteeren: Het helpen bij de verkoop of het bemannen van de marktkraam.
    • Voorw. (Voorwaardelijk): Een straf die pas ten uitvoer wordt gelegd bij een volgende overtreding.
    • Wegwerktuig: Waarschijnlijk een handkar of transportmiddel dat niet aan de voorschriften voldeed of onjuist was geplaatst.
  • Schrift: Het document is geschreven in een zakelijk Nederlands cursieflopend schrift, typisch voor de administratie van het midden van de 20e eeuw.

Historische Context

Dit rapport dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het hier gaat om een reguliere handhaving van marktregels door de Amsterdamse gemeentelijke dienst, is de historische context van belang. De genoemde adressen (Rapenburgerstraat en 1e van der Helststraat) bevonden zich in wijken met een grote Joodse populatie. Veel marktkooplieden in Amsterdam waren Joods. In deze periode begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter de sfeer op de markten te beïnvloeden, al lijkt dit specifieke document nog een weerslag van de normale bureaucratische controle op het marktreglement. De strikte controle op 'assistentie' was vaak bedoeld om illegale onderverhuur van marktplaatsen tegen te gaan.

Genoemde Personen 2

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de context van het 'Marktwezen' en de straatnamen).