Archief 745
Inventaris 745-317
Pagina 383
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (verzoekschrift)

4 oktober 1940 Van: H. Pieters, woonachtig aan de Gelderschekade 73-II

Origineel

Brief (verzoekschrift) 4 oktober 1940 H. Pieters, woonachtig aan de Gelderschekade 73-II Amsterdam 4/10 - '40
AB! [rechtsboven in ander handschrift: ni Insp]

Ondergetekende verzoekt U beleefd uitstel
van zijn plaats op de voorkeurkaart in de
Alb. Cuypstraat daar het hem onmogelijk
is, om de markt te bezoeken, daar hij geen
handel heeft voor deze markt heeft op het
oogenblik. Ik ben pas opgehouden met het
ijs en zoodoende moet ik naar wat anders
uitkijken. In afwachting Hoogachtend
Gelderschekade 73 II H Pieters De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de betreffende instantie (waarschijnlijk het Marktwezen). De schrijver, H. Pieters, vraagt om uitstel voor het gebruik van zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij beschikt over een 'voorkeurkaart', wat hem recht geeft op een specifieke plek. De reden voor het verzoek is een gebrek aan verkoopbare handelswaar op dat moment; hij geeft aan dat hij is gestopt met de verkoop van ijs en nu op zoek moet naar een ander product om te verhandelen. Door om uitstel te vragen, probeert hij zijn rechten op de standplaats te behouden ondanks zijn tijdelijke afwezigheid. De brief is geschreven op 4 oktober 1940, in de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was in die tijd al een vitale economische plek in Amsterdam. De stopzetting van de ijsverkoop kan seizoensgebonden zijn (begin van de herfst), maar ook beïnvloed zijn door de eerste tekorten aan grondstoffen zoals suiker of zuivel als gevolg van de oorlogssituatie. De notitie 'ni Insp' rechtsboven zou kunnen verwijzen naar 'Markt Inspecteur', de ambtenaar die belast was met het toezicht op de marktplaatsen. De Gelderschekade, het adres van de afzender, ligt in de oude Amsterdamse binnenstad, op de rand van de toenmalige Jodenbuurt.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de betreffende instantie (waarschijnlijk het Marktwezen). De schrijver, H. Pieters, vraagt om uitstel voor het gebruik van zijn vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij beschikt over een 'voorkeurkaart', wat hem recht geeft op een specifieke plek. De reden voor het verzoek is een gebrek aan verkoopbare handelswaar op dat moment; hij geeft aan dat hij is gestopt met de verkoop van ijs en nu op zoek moet naar een ander product om te verhandelen. Door om uitstel te vragen, probeert hij zijn rechten op de standplaats te behouden ondanks zijn tijdelijke afwezigheid.

Historische Context

De brief is geschreven op 4 oktober 1940, in de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was in die tijd al een vitale economische plek in Amsterdam. De stopzetting van de ijsverkoop kan seizoensgebonden zijn (begin van de herfst), maar ook beïnvloed zijn door de eerste tekorten aan grondstoffen zoals suiker of zuivel als gevolg van de oorlogssituatie. De notitie 'ni Insp' rechtsboven zou kunnen verwijzen naar 'Markt Inspecteur', de ambtenaar die belast was met het toezicht op de marktplaatsen. De Gelderschekade, het adres van de afzender, ligt in de oude Amsterdamse binnenstad, op de rand van de toenmalige Jodenbuurt.