Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 44
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Brief

6 november 1940 Van: De Marktopzichter (namens de afdeling Marktwezen)

Origineel

Ambtelijk advies / Brief 6 november 1940 De Marktopzichter (namens de afdeling Marktwezen) Advies op No. 25/2/7/1 M/v

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek om uitstel
van plaatsbezetting door plh. uitdr. J. Wentzel diene
het volgende:
De heer Wentzel heeft zich aangemeld voor
arbeid in Duitschland en heeft zulks verkregen.
Niet wetende of dit van langen duur zal zijn,
wenscht hij om die reden zijn marktplaats te
behouden.
M.i. bestaat geen bezwaar hem ter wille te zijn
en hem voor een omlijnd tijdvak ( 3 mnd. b.v. )
vrijstelling van plaatsbezetting te verleenen onder
voorwaarde dat het verschuldigde marktgeld ~~wordt~~
regelmatig wordt voldaan.

Amsterdam, 6 Nov. '40.

De Marktopzichter,
[Handtekening] Dit handgeschreven document is een intern ambtelijk advies binnen de Amsterdamse gemeentelijke organisatie. De Marktopzichter adviseert zijn superieur, de Inspecteur van het Marktwezen, over een verzoek van een marktkoopman genaamd J. Wentzel. De heer Wentzel staat geregistreerd als "plh. uitdr." (vermoedelijk 'plaatshebbend uitdrager', een handelaar in oude goederen).

De kern van de zaak is dat Wentzel zijn marktplaats wil behouden terwijl hij voor werk naar Duitsland vertrekt. De marktopzichter adviseert positief: hij stelt voor om Wentzel een tijdelijke vrijstelling van de bezettingsplicht te geven (bijvoorbeeld voor drie maanden), op voorwaarde dat hij zijn staangeld (marktgeld) wel gewoon blijft doorbetalen. Dit wijst op een pragmatische houding van het marktraat: de staanplaats blijft gereserveerd zolang de gemeente haar inkomsten niet verliest. Het document is gedateerd op 6 november 1940, slechts enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding dat de heer Wentzel zich heeft "aangemeld voor arbeid in Duitschland" is historisch zeer relevant. In deze vroege fase van de oorlog was de Arbeitseinsatz (de verplichte tewerkstelling) nog niet op grote schaal ingevoerd. Het werken in Duitsland werd in die periode door de bezetter en de arbeidsbureaus gestimuleerd als een oplossing voor de grote werkloosheid in Nederland.

Mensen zoals de heer Wentzel meldden zich vaak (semi-)vrijwillig aan uit economische noodzaak. De onzekerheid die in de brief wordt beschreven ("Niet wetende of dit van langen duur zal zijn") laat zien dat burgers in 1940 nog geen duidelijk beeld hadden van de duur en de ernst van de bezetting en de oorlogssituatie. Het document illustreert hoe de lokale bureaucratie in de vroege oorlogsjaren meewerkte aan het faciliteren van de stroom arbeiders naar Duitsland.

Samenvatting

Dit handgeschreven document is een intern ambtelijk advies binnen de Amsterdamse gemeentelijke organisatie. De Marktopzichter adviseert zijn superieur, de Inspecteur van het Marktwezen, over een verzoek van een marktkoopman genaamd J. Wentzel. De heer Wentzel staat geregistreerd als "plh. uitdr." (vermoedelijk 'plaatshebbend uitdrager', een handelaar in oude goederen).

De kern van de zaak is dat Wentzel zijn marktplaats wil behouden terwijl hij voor werk naar Duitsland vertrekt. De marktopzichter adviseert positief: hij stelt voor om Wentzel een tijdelijke vrijstelling van de bezettingsplicht te geven (bijvoorbeeld voor drie maanden), op voorwaarde dat hij zijn staangeld (marktgeld) wel gewoon blijft doorbetalen. Dit wijst op een pragmatische houding van het marktraat: de staanplaats blijft gereserveerd zolang de gemeente haar inkomsten niet verliest.

Historische Context

Het document is gedateerd op 6 november 1940, slechts enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding dat de heer Wentzel zich heeft "aangemeld voor arbeid in Duitschland" is historisch zeer relevant. In deze vroege fase van de oorlog was de Arbeitseinsatz (de verplichte tewerkstelling) nog niet op grote schaal ingevoerd. Het werken in Duitsland werd in die periode door de bezetter en de arbeidsbureaus gestimuleerd als een oplossing voor de grote werkloosheid in Nederland.

Mensen zoals de heer Wentzel meldden zich vaak (semi-)vrijwillig aan uit economische noodzaak. De onzekerheid die in de brief wordt beschreven ("Niet wetende of dit van langen duur zal zijn") laat zien dat burgers in 1940 nog geen duidelijk beeld hadden van de duur en de ernst van de bezetting en de oorlogssituatie. Het document illustreert hoe de lokale bureaucratie in de vroege oorlogsjaren meewerkte aan het faciliteren van de stroom arbeiders naar Duitsland.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 3