Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 48
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (archiefexemplaar).

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktpolitie Amsterdam). Aan: Mw. B. Davidson-van Buuren, St. Antoniesbreestraat 31 I, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Doorslag van een officiële brief (archiefexemplaar). De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktpolitie Amsterdam). Mw. B. Davidson-van Buuren, St. Antoniesbreestraat 31 I, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven rechtsboven:] In de Kaer
[Getypt rechtsboven:] vP/HG.

[Handgeschreven diagonaal over adres:] Verzonden 8/11

Mw. B. Davidson-van Buuren,
St. Antoniesbreestraat 31 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

25/218/2 M. 7 November 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 October jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Indien U voortaan Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat niet ten minste twee maal per week bezet, zal deze plaats worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.

De Directeur, Dit document is een zakelijke, ambtelijke mededeling van de gemeente Amsterdam aan een markthandelaarster. De toon is formeel en dreigend. De kernboodschap is tweeledig: een niet nader gespecificeerd verzoek van de ontvanger (gedaan op 31 oktober 1940) is afgewezen, en er volgt een expliciete waarschuwing. Indien de ontvanger haar standplaats op de Albert Cuypmarkt niet minimaal twee keer per week bemant, zal haar vergunning worden ingetrokken op basis van het Marktreglement.

De handgeschreven aantekeningen zijn administratief van aard: "In de Kaer" duidt op de archivering, en "Verzonden 8/11" bevestigt de daadwerkelijke verzenddatum. De datum van de brief, november 1940, is cruciaal. Nederland bevond zich in de vroege fase van de Duitse bezetting. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone handhaving van marktregels lijkt, krijgt het een sinistere lading door de identiteit van de ontvanger en de locatie.

Mevrouw Davidson-van Buuren woonde in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Haar naam wijst eveneens op een Joodse achtergrond. In deze periode begonnen de bezetter en het collaborerende stadsbestuur met het systematisch uitsluiten van Joden uit het economische leven.

Het strikt handhaven van de "bezettingsgraad" van een marktplaats was een methode die vaak werd gebruikt om Joodse handelaren hun vergunning te ontnemen. Als zij door de beperkingen van de bezetter, ziekte of gebrek aan handelwaar niet op de markt konden staan, boden de reglementen een "legale" grond om hun standplaats in te trekken. Dit document illustreert hoe de bureaucratische machine werd ingezet bij de vervolging en onteigening van de Joodse bevolking in Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een zakelijke, ambtelijke mededeling van de gemeente Amsterdam aan een markthandelaarster. De toon is formeel en dreigend. De kernboodschap is tweeledig: een niet nader gespecificeerd verzoek van de ontvanger (gedaan op 31 oktober 1940) is afgewezen, en er volgt een expliciete waarschuwing. Indien de ontvanger haar standplaats op de Albert Cuypmarkt niet minimaal twee keer per week bemant, zal haar vergunning worden ingetrokken op basis van het Marktreglement.

De handgeschreven aantekeningen zijn administratief van aard: "In de Kaer" duidt op de archivering, en "Verzonden 8/11" bevestigt de daadwerkelijke verzenddatum.

Historische Context

De datum van de brief, november 1940, is cruciaal. Nederland bevond zich in de vroege fase van de Duitse bezetting. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone handhaving van marktregels lijkt, krijgt het een sinistere lading door de identiteit van de ontvanger en de locatie.

Mevrouw Davidson-van Buuren woonde in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Haar naam wijst eveneens op een Joodse achtergrond. In deze periode begonnen de bezetter en het collaborerende stadsbestuur met het systematisch uitsluiten van Joden uit het economische leven.

Het strikt handhaven van de "bezettingsgraad" van een marktplaats was een methode die vaak werd gebruikt om Joodse handelaren hun vergunning te ontnemen. Als zij door de beperkingen van de bezetter, ziekte of gebrek aan handelwaar niet op de markt konden staan, boden de reglementen een "legale" grond om hun standplaats in te trekken. Dit document illustreert hoe de bureaucratische machine werd ingezet bij de vervolging en onteigening van de Joodse bevolking in Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3