Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 16 november 1940. G. A. Mol, standplaatshouder op de Albert Cuypmarkt. De Heer Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). No 25/224/M. 1940 8/11
16 Nov. 1940.
Aan den Heer Directeur
Marktwezen.
Onderget G. A. Mol
Vrolikstr 189 III (C) standplaatshouder
albert Cuijpstr, verzoekt U vriendelijk
toestemming te willen verleenen
zijn zoon J. Mol geb 18 April 1922
te mogen assisteeren, eventueel ook
te vervangen, daar onderget;
cronisch lijder aan hoofdpijn is.
Dit laatste verzoek is slechts
hoogst zelden, en alleen dan noodzakelijk
indien het fruit zood betreffe
wat perceè zwak kan worden.
Met verschuldigde eerbied
teeken ik G. A. Mol. * Onderwerp: Een formeel verzoek voor assistentie en incidentele vervanging op een marktstandplaats wegens gezondheidsredenen.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in een formele, ietwat onderdanige stijl die gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties ("verzoekt U vriendelijk", "met verschuldigde eerbied").
* Gezondheid: De afzender geeft aan "cronisch lijder aan hoofdpijn" te zijn, wat de noodzaak voor hulp van zijn zoon onderbouwt.
* Bedrijfsvoering: Er wordt een specifiek zakelijk argument gegeven: de bederfelijkheid van de waar ("fruit zood wat perceè zwak kan worden"). Hierdoor is snelle verkoop of vervanging noodzakelijk om economische schade te voorkomen.
* Persoonsgegevens: De zoon, J. Mol, is op dat moment 18 jaar oud (geboren 1922), wat hem werkgerechtigd maakt voor dit type arbeid. Dit document stamt uit november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode waren marktreglementen in Amsterdam zeer strikt. Standplaatshouders mochten zich niet zomaar laten vervangen; voor elke vorm van hulp door familieleden was officiële toestemming van de Directeur van het Marktwezen vereist. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De brief weerspiegelt de bureaucratische realiteit van die tijd, waarbij persoonlijke gezondheidsproblemen direct invloed hadden op de vergunningsvoorwaarden voor het levensonderhoud. De term "fruit zood" (waarschijnlijk een verouderde of fonetische spelling voor een 'zootje' of partij fruit) benadrukt het ambachtelijke karakter van de handel.