Officiële waarschuwingsbrief / kennisgeving.
Origineel
Officiële waarschuwingsbrief / kennisgeving. 19 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een gerelateerde gemeentelijke instantie). Den Heer A. van Haeften, wonende aan de 2e Jan van der Heijdenstraat 118 (gecorrigeerd naar 2e Jac. v. Campenstraat), Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, schuin:] Extra
[Rechtsboven:] HG.
den Heer A.van Haeften,
2e Jac.v.Campenstraat 118,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
25/234/3 M. [grote witruimte] 19 November 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Donderdag 14 November jl.
de markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tijd-
stip met Uw goederen had verlaten.
Ik maan U hierbij aan U ten deze voortaan stipt aan den
vastgestelden tijd te houden.
[Rechtsonder:] De Directeur, Dit document is een formele, ambtelijke waarschuwing gericht aan een marktkoopman, de heer A. van Haeften. De toon van de brief is dwingend en bureaucratisch ("Ik maan U hierbij aan"). De reden voor de berisping is een overtreding van de marktverordening: de geadresseerde was op donderdag 14 november 1940 niet op tijd vertrokken van zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt met zijn goederen.
De brief bevat administratieve details zoals een dossiernummer (25/234/3 M.) en een wijknummer (Wijk 14), wat wijst op een strak georganiseerd toezicht op de Amsterdamse markten. De vermelding "Extra" bovenaan, met de hand geschreven, suggereert dat dit document een kopie of een specifieke aantekening betreft buiten de reguliere correspondentie om, of wellicht een spoedbehandeling aanduidt. De datum van de brief, 19 november 1940, plaatst het schrijven in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een alledaagse marktregel betreft, weerspiegelt het de voortzetting (en mogelijk verscherping) van de civiele administratie en handhaving onder het nieuwe regime.
De Albert Cuypmarkt was en is een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Tijdens de bezetting was de controle op de voedselvoorziening en de openbare orde op markten van groot belang voor zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter. Dergelijke officiële waarschuwingen waren de eerste stap in een handhavingsproces dat kon leiden tot boetes of het intrekken van de marktvergunning, wat in oorlogstijd catastrofale gevolgen kon hebben voor het levensonderhoud van een koopman. Het adres van de ontvanger, de 2e Jacob van Campenstraat, ligt in de directe nabijheid van de Albert Cuypmarkt in de wijk De Pijp.