Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 189
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Typoscript (doorslag of stencil) met handgeschreven aantekeningen.

30 november 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeentemarkten Amsterdam).

Origineel

Typoscript (doorslag of stencil) met handgeschreven aantekeningen. 30 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeentemarkten Amsterdam). [Handgeschreven bovenin:] Verzonden 30/11 [gevolgd door onleesbare initialen]

[Rechtsboven:]
den Heer J. Canes,
Afrikanerplein 29 I,
Amsterdam-Oost.

[Links:] 25/242/2 M.

[Rechts:]
Wyk 20.
30 November 1940.

My is gerapporteerd, dat U op 27 November 1940 de markt aan de Albert Cuypstraat niet op het voorgeschreven tydstip met Uw goederen had verlaten.

In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelyk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tyd van een dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.

De Directeur, De tekst is een formele, ambtelijke aanzegging van een strafmaatregel. De toon is afstandelijk en juridisch ("overeenkomstig het bepaalde", "laakbare handeling").

De kern van de zaak is een kleine overtreding: de heer J. Canes is op 27 november 1940 te laat vertrokken van de markt in de Albert Cuypstraat. Als gevolg hiervan krijgt hij een voorwaardelijke straf opgelegd van één dag ontzegging van de toegang tot de Amsterdamse markten, met een proeftijd van een jaar. Het woord "voorwaardelyk" is in de tekst onderstreept om de aard van de straf te benadrukken. Het document getuigt van de strikte bureaucratische controle op de marktkooplieden in Amsterdam in die tijd. Dit document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een routineuze administratieve handeling lijkt te betreffen van het Amsterdamse marktwezen, is de historische context van belang.

De geadresseerde, J. Canes, woonde aan het Afrikanerplein in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt met een relatief grote Joodse populatie. In de loop van 1940 en 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers door de bezetter en het meewerkende Nederlandse overheidsapparaat steeds strenger. Joodse marktkooplieden werden aanvankelijk aan strengere regels onderworpen en later geheel van de reguliere markten verbannen naar speciaal aangewezen "Joodse markten".

Dergelijke administratieve waarschuwingen vormen vaak de eerste sporen in archieven van de toenemende druk en regulering waaraan burgers (en in het bijzonder Joodse ondernemers) tijdens de bezettingsjaren werden blootgesteld, waarbij zelfs kleine overtredingen formeel werden vastgelegd.

Samenvatting

De tekst is een formele, ambtelijke aanzegging van een strafmaatregel. De toon is afstandelijk en juridisch ("overeenkomstig het bepaalde", "laakbare handeling").

De kern van de zaak is een kleine overtreding: de heer J. Canes is op 27 november 1940 te laat vertrokken van de markt in de Albert Cuypstraat. Als gevolg hiervan krijgt hij een voorwaardelijke straf opgelegd van één dag ontzegging van de toegang tot de Amsterdamse markten, met een proeftijd van een jaar. Het woord "voorwaardelyk" is in de tekst onderstreept om de aard van de straf te benadrukken. Het document getuigt van de strikte bureaucratische controle op de marktkooplieden in Amsterdam in die tijd.

Historische Context

Dit document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een routineuze administratieve handeling lijkt te betreffen van het Amsterdamse marktwezen, is de historische context van belang.

De geadresseerde, J. Canes, woonde aan het Afrikanerplein in Amsterdam-Oost. Dit was een buurt met een relatief grote Joodse populatie. In de loop van 1940 en 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers door de bezetter en het meewerkende Nederlandse overheidsapparaat steeds strenger. Joodse marktkooplieden werden aanvankelijk aan strengere regels onderworpen en later geheel van de reguliere markten verbannen naar speciaal aangewezen "Joodse markten".

Dergelijke administratieve waarschuwingen vormen vaak de eerste sporen in archieven van de toenemende druk en regulering waaraan burgers (en in het bijzonder Joodse ondernemers) tijdens de bezettingsjaren werden blootgesteld, waarbij zelfs kleine overtredingen formeel werden vastgelegd.

Gerelateerde Documenten 3