Ambtelijk advies / interne correspondentie.
Origineel
Ambtelijk advies / interne correspondentie. 20 december 1920 (gebaseerd op de aantekening "20/12 '20"). [Linksboven:] Advies op No. 25/2216/3 Miss.
[Rechtsboven:] Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen Alhier.
[Middenboven, aantekeningen:]
O Nadort geb. 20/3 '99
Alb. Cuypstr. 154.
m/107608 Za 20/12 '20
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van C. Nadort, pl. 131 AC, betreffende uitstel van plaatsbezettingen gedurende de eventueel te verlenen vrijstelling, tevens vrijstelling van marktgeldbetaling, diene het volgende:
Alhoewel noch in het Reglement op de Markten, noch in de Verordening op de heffing van Marktgelden mi. [mijns inziens] geen betalingsplicht is voorgeschreven voor vaste plaatshouders, die om welke redenen dan ook hun vaste plaats niet bezetten, is het steeds usantie geweest alleen die groep vrijstelling van marktgeldbetaling te verlenen, welke onder de terzake dienende besluiten van B en W [Burgemeester en Wethouders] valt.
Hiertoe behoort, voorzover dezerzijds is na te gaan, het geval Nadort niet.
Alhoewel mijn persoonlijke meening is, dat blijvend plaatsrecht marktgeldbetalingsplicht medebrengt, en in vroeger jaren dienaangaande gehandeld werd, zijn door den drang der omstandigheden de vrijstellingen van marktgeldbetalingen ontstaan.
Eenmaal de voet gezet op het glibberig pad, is het begrijpelijk, dat steeds meer kooplieden onder... [tekst breekt af onderaan de pagina] Het document is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopman, C. Nadort (standplaats 131 op de Albert Cuypmarkt). Nadort vraagt om zijn standplaats te mogen behouden zonder deze fysiek te bezetten, én om gedurende die periode vrijgesteld te worden van het betalen van marktgeld.
De ambtenaar die het advies schrijft, signaleert een grijs gebied in de regelgeving:
1. Formeel: De marktreglementen schrijven niet expliciet voor dat er betaald moet worden als een plek niet bezet is.
2. Usantie (gebruik): In de praktijk wordt vrijstelling alleen verleend als er een specifiek besluit van Burgemeester en Wethouders ligt voor bepaalde categorieën (bijv. ziekte of militaire dienst). Nadort valt hier niet onder.
3. Persoonlijke visie: De schrijver vindt dat het recht op een vaste plek onlosmakelijk verbonden zou moeten zijn met de plicht om te betalen. Hij klaagt dat er in de loop der jaren te veel uitzonderingen zijn gemaakt ("door den drang der omstandigheden").
4. Metafoor: Hij noemt het huidige beleid een "glibberig pad" (slippery slope), waarbij één uitzondering leidt tot een stroom aan nieuwe verzoeken van andere kooplieden. Dit document stamt uit december 1920, een periode kort na de Eerste Wereldoorlog waarin de economische situatie precair was en de druk op de Amsterdamse markten groot. De Albert Cuypmarkt was in deze tijd al een belangrijke volksmarkt.
Het schrijven illustreert de spanning tussen de strikte letter van de wet en de gegroeide administratieve praktijk in de vroege 20e eeuw. Het toont aan hoe lokale overheden worstelden met precedentwerking: zodra men afweek van de regels voor één individu, beriepen anderen zich op dezelfde coulance. De term "usantie" geeft aan dat ongeschreven regels en gewoonten destijds vaak even zwaar wogen als de officiële verordeningen.