Handgeschreven ambtelijke notitie of brief-concept.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of brief-concept. 4 januari 1941. [Onderaan een vorige pagina afgebroken zin:]
de marktgeldbetalingen trachten uit te komen.
Inwilliging zal uiteindelijk tot gevolg hebben,
dat voor een groot gedeelte de markten alleen admi-
nistratief zullen bestaan, doch in werkelijkheid
een nieuwe groep kooplieden is ontstaan, die de
technische werkzaamheden ernstig belemmeren
en uiteindelijk de zoo hoognoodige rust gaat
verstoren, omreden de ordeningsmaatregelen al-
leen betrekking kunnen hebben op ongeordende,
dus niet vaste plaatshouders, gesloten markt.
Deze en dergelijke gevallen dienen m.i. nader
bezien te worden, vooral van technische zijde,
Gezien de omstandigheden is echter uitstel
van plaatsbezetten met toestemming van de di-
rectie van Marktwezen m.i. gewenscht in dit geval.
Amsterdam, 4 Jan '41
[Handtekening: J. v. Markhuizen] De tekst bevat een waarschuwing van een ambtenaar aan zijn superieuren. De kern van het betoog is dat het inwilligen van bepaalde verzoeken (vermoedelijk om vrijstelling van marktgeld of een bijzondere status) de effectiviteit van het markttoezicht ondermijnt. Volgens de schrijver dreigen markten hierdoor louter papieren constructies te worden ("alleen administratief zullen bestaan"), terwijl de feitelijke situatie op de werkvloer onbeheersbaar wordt door een nieuwe groep handelaren.
De schrijver maakt een scherp onderscheid tussen de 'vaste plaatshouders' en 'ongeordende' elementen. Hij pleit voor een technische (praktische) beoordeling van de situatie in plaats van een louter administratieve. Desondanks adviseert hij in dit specifieke geval om een oogje toe te knijpen en uitstel te verlenen voor het bezetten van marktplaatsen, mits de directie van het Marktwezen formeel instemt. De datum — 4 januari 1941 — is cruciaal voor het begrip van dit document. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. In Amsterdam stond het marktwezen onder grote druk. Enerzijds was er de toenemende schaarste en de invoer van distributiestelsels, anderzijds begonnen de bezettingsmaatregelen tegen Joodse burgers effect te krijgen. Juist in het begin van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geweerd of beperkt in hun bewegingsvrijheid (denk aan de markten op het Waterlooplein en de Albert Cuyp).
Termen als "ordeningsmaatregelen" en het hameren op "rust" en "technische werkzaamheden" passen in het tijdsbeeld van een bureaucratie die probeert de controle te behouden over een snel veranderende en sociaal gespannen werkelijkheid in de publieke ruimte van de stad. De Dienst van het Marktwezen speelde hierin een centrale rol als handhaver van de gemeentelijke verordeningen. Marktwezen