Ambtelijk advies / interne correspondentie.
Origineel
Ambtelijk advies / interne correspondentie. 13 december 1940. Een marktbeambte (ondertekening lijkt "J. v. Maanen" of vergelijkbaar). Advies op No 25/p 49/1 Mv.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
G. Bloemist, pl. 297 AC., diene het volgende:
Na 2 Nov. '40 heeft Bloemist geen plaats bezet
en evenmin afbetaald, zoodat hij momenteel
een achterstand heeft in marktgeldbetaling
van 6 x f 0,60 = f 3,60.
Thans verzoekt hij vrijstelling van betaling
en dientengevolge eveneens van plaatsbezetting,
omreden hij is uitgesloten de Centrale Markt
te bezoeken.
Zooals ik heb geconstateerd vent Bloemist
thans met appelen, zoodat hij m.i. evengoed
met dat artikel zijn marktplaats kan innemen.
Ik stel U dan ook voor te adviseeren, dat de plaats
van Bloemist wordt ingetrokken.
Amst. 13 Dec. '40.
[Handtekening] In dit document adviseert een marktfunctionaris negatief op een verzoek van marktkoopman G. Bloemist. Bloemist had gevraagd om vrijstelling van zijn betalingsverplichtingen en de verplichting om zijn marktplaats (nummer 297 AC) feitelijk te bezetten. Zijn argument was dat hij de Centrale Markt (de groothandelsmarkt) niet meer mocht bezoeken, waardoor hij waarschijnlijk geen handelswaar meer kon inkopen.
De ambtenaar stelt echter vast dat Bloemist sinds begin november een schuld heeft opgebouwd van 3,60 gulden. Belangrijker nog: de ambtenaar heeft geconstateerd dat Bloemist in de stad met appelen vent. Hij concludeert daaruit dat Bloemist die appelen evengoed vanaf zijn vaste marktplaats zou kunnen verkopen. De ambtenaar adviseert daarom niet alleen het verzoek af te wijzen, maar om de marktplaatsvergunning van Bloemist direct in te trekken. Dit document stamt uit december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De zinsnede "omreden hij is uitgesloten de Centrale Markt te bezoeken" is historisch zeer relevant. In het najaar van 1940 begonnen de bezetter en collaborerende instanties met het uitsluiten van Joodse handelaren van openbare instellingen en groothandelsmarkten. Hoewel het document de achtergrond van G. Bloemist niet expliciet noemt, duidt de uitsluiting van de Centrale Markt vaak op de invoering van anti-Joodse maatregelen.
Het advies toont een starre, bureaucratische houding: ondanks de belemmeringen waar de koopman tegenaan loopt, wordt er geen coulance getoond. Het feit dat hij op straat appelen verkoopt om te overleven, wordt door de ambtenaar gebruikt als bewijs dat hij zijn marktplaats nog zou kunnen gebruiken, wat uiteindelijk leidt tot het advies om hem zijn standplaats af te nemen.