Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 238
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Officiële mededeling (doorslag).

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam).

Origineel

Ambtsbrief / Officiële mededeling (doorslag). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] m. de Lezer

[Getypt rechtsboven:] D/HG.

[Handgeschreven boven midden:] Verzonden 24/12

[Adresseringsblok:]
den Heer I.Bloemist,
3e Oosterparkstraat 73, III,
p/a Bos,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

[Links:] 25/249/2 M.
[Rechts:] 24 December 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 December jl. bericht
ik U, dat U geen uitstel van het betalen van marktgeld voor Uw
plaats op de markt aan de Albert Cuypstraat kan worden verleend.
Tevens breng ik onder Uw aandacht, dat U vanaf heden Uw plaats op
bovengenoemde markt weder regelmatig, dat wil zeggen ten minste
twee maal per week moet innemen, daar deze anders, overeenkomstig
de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten zal
worden ingetrokken.

De Directeur, Deze brief is een zakelijke en dwingende mededeling van een gemeentelijke instantie aan een marktkoopman, de heer I. Bloemist. De kern van de brief is tweeledig:
1. Afwijzing van betalingsuitstel: De geadresseerde heeft blijkbaar verzocht om later te mogen betalen voor zijn staanplaats op de markt, wat door de directeur wordt geweigerd.
2. Sommatie tot aanwezigheid: De directeur eist dat de heer Bloemist zijn plaats op de Albert Cuypmarkt weer regelmatig inneemt (minimaal twee keer per week). Er wordt gedreigd met het intrekken van de vergunning op basis van het marktreglement als hier niet aan wordt voldaan.

De toon is formeel en bureaucratisch, typerend voor overheidscommunicatie uit die tijd. De handgeschreven notitie "Verzonden 24/12" bevestigt de administratieve verwerking op de dag van datering, vlak voor Kerstmis. De brief is gedateerd op 24 december 1940, ruim zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone administratieve kwestie lijkt, is de context van de bezettingstijd cruciaal.

  • De Albert Cuypmarkt: Dit was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam. Tijdens de oorlog was de markt van vitaal belang voor de voedselvoorziening, maar ook onderhevig aan steeds strengere regels en tekorten.
  • Economische druk: De vraag om uitstel van betaling van marktgeld suggereert dat de heer Bloemist in financiële moeilijkheden verkeerde. Dit was niet ongebruikelijk in de eerste oorlogsmaanden door ontregeling van de handel en stijgende prijzen.
  • Joodse marktkooplieden: De naam 'Bloemist' en het adres in Amsterdam-Oost kunnen wijzen op een Joodse achtergrond. In de loop van 1940 en 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds verder beperkt in hun vrijheden en beroepsuitoefening. Hoewel deze brief een algemeen reglement citeert, vonden dergelijke strenge handhavingen vaak plaats in een klimaat waarin specifieke groepen onder druk werden gezet. Kort na deze brief, in 1941, zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen naar specifieke 'Joodse markten'.
  • Administratieve continuïteit: De brief toont aan dat het gemeentelijk apparaat onder de bezetting in eerste instantie bleef functioneren volgens bestaande reglementen, waarbij weinig ruimte was voor individuele coulance, zelfs onder moeilijke oorlogsomstandigheden.

Samenvatting

Deze brief is een zakelijke en dwingende mededeling van een gemeentelijke instantie aan een marktkoopman, de heer I. Bloemist. De kern van de brief is tweeledig:
1. Afwijzing van betalingsuitstel: De geadresseerde heeft blijkbaar verzocht om later te mogen betalen voor zijn staanplaats op de markt, wat door de directeur wordt geweigerd.
2. Sommatie tot aanwezigheid: De directeur eist dat de heer Bloemist zijn plaats op de Albert Cuypmarkt weer regelmatig inneemt (minimaal twee keer per week). Er wordt gedreigd met het intrekken van de vergunning op basis van het marktreglement als hier niet aan wordt voldaan.

De toon is formeel en bureaucratisch, typerend voor overheidscommunicatie uit die tijd. De handgeschreven notitie "Verzonden 24/12" bevestigt de administratieve verwerking op de dag van datering, vlak voor Kerstmis.

Historische Context

De brief is gedateerd op 24 december 1940, ruim zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone administratieve kwestie lijkt, is de context van de bezettingstijd cruciaal.

  • De Albert Cuypmarkt: Dit was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam. Tijdens de oorlog was de markt van vitaal belang voor de voedselvoorziening, maar ook onderhevig aan steeds strengere regels en tekorten.
  • Economische druk: De vraag om uitstel van betaling van marktgeld suggereert dat de heer Bloemist in financiële moeilijkheden verkeerde. Dit was niet ongebruikelijk in de eerste oorlogsmaanden door ontregeling van de handel en stijgende prijzen.
  • Joodse marktkooplieden: De naam 'Bloemist' en het adres in Amsterdam-Oost kunnen wijzen op een Joodse achtergrond. In de loop van 1940 en 1941 werden Joodse Amsterdammers steeds verder beperkt in hun vrijheden en beroepsuitoefening. Hoewel deze brief een algemeen reglement citeert, vonden dergelijke strenge handhavingen vaak plaats in een klimaat waarin specifieke groepen onder druk werden gezet. Kort na deze brief, in 1941, zouden Joodse kooplieden volledig van de algemene markten worden verbannen naar specifieke 'Joodse markten'.
  • Administratieve continuïteit: De brief toont aan dat het gemeentelijk apparaat onder de bezetting in eerste instantie bleef functioneren volgens bestaande reglementen, waarbij weinig ruimte was voor individuele coulance, zelfs onder moeilijke oorlogsomstandigheden.

Gerelateerde Documenten 3