Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 266
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief/beschikking.

24 december 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële brief/beschikking. 24 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam). [Handgeschreven, linksboven:]
Verzonden 24/12

[Handgeschreven, rechtsboven:]
Einde jaar

[Getypt, rechtsboven:]
D/HG.

den Heer J.van Gelder,
Zwanenburgwal 48,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 3.
25/254/2 M. 24 December 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 10 December jl. verleen
ik U hierbij, gerekend te zijn ingegaan 10 December 1940, vrijstel-
ling van de verplichting om Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat
regelmatig te bezetten voor den tijd van ten hoogste drie maanden,
dus tot 10 Maart 1941. Ik breng echter onder Uw aandacht, dat het
terzake verschuldigde marktgeld regelmatig wekelijks aan den dienst
doenden marktambtenaar van de Albert Cuypstraat moet worden betaald

De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële toestemming aan de heer J. van Gelder om zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt drie maanden lang onbezet te laten (van 10 december 1940 tot 10 maart 1941).
* Voorwaarde: Ondanks de afwezigheid blijft de verplichting bestaan om het wekelijkse "marktgeld" (staangeld) te betalen aan de aanwezige marktambtenaar.
* Toon: De tekst is strikt zakelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die periode.
* Administratieve context: De handgeschreven notitie "Verzonden 24/12" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgestuurd. De aanduiding "Wijk 3" verwijst naar de administratieve indeling van de marktgebieden in Amsterdam. * Historische periode: Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie en Persoon: De geadresseerde, J. van Gelder, woonde aan de Zwanenburgwal 48. Dit adres bevond zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Historische bronnen bevestigen dat op dit adres de joodse marktkoopman Joseph van Gelder woonde.
* De Albert Cuypmarkt: Deze markt had in 1940 een zeer groot aandeel Joodse kooplieden. Vrijstellingen van de bezettingsplicht konden diverse redenen hebben (zoals ziekte of persoonlijke omstandigheden), maar in de context van 1940-1941 kregen deze administratieve details een tragische lading.
* Beperkende maatregelen: Kort na de in deze brief genoemde einddatum (maart 1941) nam de druk op Joodse burgers en ondernemers drastisch toe. In september 1941 werd het Joden verboden om op reguliere markten te staan en werden zij verbannen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten". Dit document bevindt zich dus op het kantelpunt van het normale marktwezen naar de totale uitsluiting van Joodse Amsterdammers.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een officiële toestemming aan de heer J. van Gelder om zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt drie maanden lang onbezet te laten (van 10 december 1940 tot 10 maart 1941).
  • Voorwaarde: Ondanks de afwezigheid blijft de verplichting bestaan om het wekelijkse "marktgeld" (staangeld) te betalen aan de aanwezige marktambtenaar.
  • Toon: De tekst is strikt zakelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die periode.
  • Administratieve context: De handgeschreven notitie "Verzonden 24/12" bevestigt dat de brief op de dag van datering is uitgestuurd. De aanduiding "Wijk 3" verwijst naar de administratieve indeling van de marktgebieden in Amsterdam.

Historische Context

  • Historische periode: Het document dateert van december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
  • Locatie en Persoon: De geadresseerde, J. van Gelder, woonde aan de Zwanenburgwal 48. Dit adres bevond zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Historische bronnen bevestigen dat op dit adres de joodse marktkoopman Joseph van Gelder woonde.
  • De Albert Cuypmarkt: Deze markt had in 1940 een zeer groot aandeel Joodse kooplieden. Vrijstellingen van de bezettingsplicht konden diverse redenen hebben (zoals ziekte of persoonlijke omstandigheden), maar in de context van 1940-1941 kregen deze administratieve details een tragische lading.
  • Beperkende maatregelen: Kort na de in deze brief genoemde einddatum (maart 1941) nam de druk op Joodse burgers en ondernemers drastisch toe. In september 1941 werd het Joden verboden om op reguliere markten te staan en werden zij verbannen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten". Dit document bevindt zich dus op het kantelpunt van het normale marktwezen naar de totale uitsluiting van Joodse Amsterdammers.

Gerelateerde Documenten 3