Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 272
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/archiefkopie).

10 januari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 10 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). extra [handgeschreven]

HG.

den Heer G.van Gelder,
Roerstraat 117,
Amsterdam-Zuid.

Wijk 22B.

25/255/2 M. 10 Januari 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 December jl. verleen ik U hiermede toestemming Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat gedurende ten hoogste twee maanden na dato dezes niet in te nemen. U dient echter zorg te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Het document is een officiële kennisgeving aan een marktkoopman, de heer G. van Gelder. In de brief wordt formeel toestemming verleend om voor een periode van maximaal twee maanden afwezig te zijn van zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

Een cruciale voorwaarde die wordt gesteld, is de continuering van de betaling van het marktgeld. Ondanks zijn afwezigheid dient de pachter ervoor te zorgen dat de wekelijkse verschuldigde bedragen worden voldaan aan de dienstdoende ambtenaar. Dit wijst op het strikte beheer van marktplaatsen en de noodzaak voor pachter om hun rechten op een plek te behouden door aan hun financiële verplichtingen te blijven voldoen. De datum van de brief, 10 januari 1941, is historisch zeer relevant. Nederland bevond zich op dat moment in de achtste maand van de Duitse bezetting.

De geadresseerde, Gerson van Gelder (woonachtig in de Roerstraat 117, in de Rivierenbuurt), was een Joodse marktkoopman. In deze periode nam de druk op Joodse burgers en ondernemers in Amsterdam snel toe. In de maanden rond januari 1941 werden de eerste stappen gezet om Joodse marktkooplieden te isoleren en uiteindelijk van de algemene markten te weren (wat later dat jaar leidde tot de instelling van aparte 'Joodsche markten').

Verzoeken om tijdelijke afwezigheid konden in deze context te maken hebben met de toenemende restricties, ziekte, of de noodzaak om andere zaken te regelen door de veranderende politieke situatie. Het feit dat hij zijn plek wilde behouden door het marktgeld door te betalen, suggereert dat hij op dat moment nog hoopte zijn werkzaamheden op de Albert Cuypmarkt te kunnen voortzetten. Uit historische bronnen (zoals de Joodse Raad-kaarten of het Stadsarchief Amsterdam) blijkt vaak dat kooplieden die in deze buurt woonden, later in de oorlog slachtoffer werden van de deportaties. G. van Gelder Marktwezen

Samenvatting

Het document is een officiële kennisgeving aan een marktkoopman, de heer G. van Gelder. In de brief wordt formeel toestemming verleend om voor een periode van maximaal twee maanden afwezig te zijn van zijn staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

Een cruciale voorwaarde die wordt gesteld, is de continuering van de betaling van het marktgeld. Ondanks zijn afwezigheid dient de pachter ervoor te zorgen dat de wekelijkse verschuldigde bedragen worden voldaan aan de dienstdoende ambtenaar. Dit wijst op het strikte beheer van marktplaatsen en de noodzaak voor pachter om hun rechten op een plek te behouden door aan hun financiële verplichtingen te blijven voldoen.

Historische Context

De datum van de brief, 10 januari 1941, is historisch zeer relevant. Nederland bevond zich op dat moment in de achtste maand van de Duitse bezetting.

De geadresseerde, Gerson van Gelder (woonachtig in de Roerstraat 117, in de Rivierenbuurt), was een Joodse marktkoopman. In deze periode nam de druk op Joodse burgers en ondernemers in Amsterdam snel toe. In de maanden rond januari 1941 werden de eerste stappen gezet om Joodse marktkooplieden te isoleren en uiteindelijk van de algemene markten te weren (wat later dat jaar leidde tot de instelling van aparte 'Joodsche markten').

Verzoeken om tijdelijke afwezigheid konden in deze context te maken hebben met de toenemende restricties, ziekte, of de noodzaak om andere zaken te regelen door de veranderende politieke situatie. Het feit dat hij zijn plek wilde behouden door het marktgeld door te betalen, suggereert dat hij op dat moment nog hoopte zijn werkzaamheden op de Albert Cuypmarkt te kunnen voortzetten. Uit historische bronnen (zoals de Joodse Raad-kaarten of het Stadsarchief Amsterdam) blijkt vaak dat kooplieden die in deze buurt woonden, later in de oorlog slachtoffer werden van de deportaties.

Genoemde Personen 1

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3