Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 286
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke adviesnota / Brief

21 december 1930 Van: De Marktmeester (ondertekening lijkt "J. v. Mourik" of vergelijkbaar) Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Alhier (Amsterdam)

Origineel

Ambtelijke adviesnota / Brief 21 december 1930 De Marktmeester (ondertekening lijkt "J. v. Mourik" of vergelijkbaar) Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Alhier (Amsterdam) [Linksboven:]
Advies op No. 25/125/7/1 M/v

[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

[Inhoud:]
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van M. Onrust,
pl. v/h d/C, diene het volgende:
De heer Onrust is handelaar in wild en gevogelte.
Momenteel ondervindt hij in verband met het slacht-
verbod moeilijkheden in zijn handel.
Echter wenscht Onrust wel Zaterdags de d/C markt
te bezoeken.
Uit een oogpunt van marktorde is zulks ongewenscht
en dient m.i. het verzoek te worden afgewezen.
Tegen algeheele vrijstelling gedurende een tijdelijk
tijdvak (2 mnd b.v.) bestaat m.i. geen bezwaar,
mits het verschuldigde marktgeld regelmatig wordt
voldaan.

[Onderaan:]
Amst. 21 Dec. '30.
d/H Marktmeester
[Handtekening] In deze nota adviseert de marktmeester over een verzoek van M. Onrust, een handelaar in wild en gevogelte op de Centrale Markt ("d/C"). Vanwege een geldend slachtverbod verkeert de handel van Onrust in zwaar weer. Hij heeft gevraagd om enkel op zaterdagen de markt te mogen bezoeken, vermoedelijk om standplaatskosten te drukken terwijl hij toch enige handel kan drijven.

De marktmeester wijst dit specifieke verzoek af. Zijn argument is "marktorde": het incidenteel bezoeken van de markt op slechts één dag per week past niet binnen de strakke regulering van de marktplaatsen. Wel toont hij zich meegaand door een alternatief voor te stellen: een volledige tijdelijke vrijstelling van de aanwezigheidsplicht voor bijvoorbeeld twee maanden. De cruciale voorwaarde die hij stelt, is dat het marktgeld (de pacht voor de standplaats) wel gewoon betaald moet worden. Dit wijst op een beleid waarbij men handelaren in economische nood wel wil ontlasten van de plicht om fysiek aanwezig te zijn, maar niet van de financiële afdracht aan de gemeente. Het document dateert uit december 1930, het begin van de crisisjaren (de Grote Depressie), waarin veel handelaren het financieel zwaar kregen. De afkorting "d/C" verwijst naar de Centrale Markt in Amsterdam. De marktorganisatie was in die tijd zeer formeel; handelaren hadden een vaste plek en een opkomstplicht.

Het genoemde "slachtverbod" was waarschijnlijk een veterinaire maatregel om de verspreiding van dierziekten (zoals vogelpest of mond-en-klauwzeer) tegen te gaan, wat voor handelaren in wild en gevogelte direct tot een stilstand van de aanvoer en verkoop leidde. Dergelijke ambtelijke adviezen geven een goed beeld van de spanningsvelden tussen strikte marktreglementen en de economische realiteit van individuele marktkooplieden in het vooroorlogse Amsterdam.

Samenvatting

In deze nota adviseert de marktmeester over een verzoek van M. Onrust, een handelaar in wild en gevogelte op de Centrale Markt ("d/C"). Vanwege een geldend slachtverbod verkeert de handel van Onrust in zwaar weer. Hij heeft gevraagd om enkel op zaterdagen de markt te mogen bezoeken, vermoedelijk om standplaatskosten te drukken terwijl hij toch enige handel kan drijven.

De marktmeester wijst dit specifieke verzoek af. Zijn argument is "marktorde": het incidenteel bezoeken van de markt op slechts één dag per week past niet binnen de strakke regulering van de marktplaatsen. Wel toont hij zich meegaand door een alternatief voor te stellen: een volledige tijdelijke vrijstelling van de aanwezigheidsplicht voor bijvoorbeeld twee maanden. De cruciale voorwaarde die hij stelt, is dat het marktgeld (de pacht voor de standplaats) wel gewoon betaald moet worden. Dit wijst op een beleid waarbij men handelaren in economische nood wel wil ontlasten van de plicht om fysiek aanwezig te zijn, maar niet van de financiële afdracht aan de gemeente.

Historische Context

Het document dateert uit december 1930, het begin van de crisisjaren (de Grote Depressie), waarin veel handelaren het financieel zwaar kregen. De afkorting "d/C" verwijst naar de Centrale Markt in Amsterdam. De marktorganisatie was in die tijd zeer formeel; handelaren hadden een vaste plek en een opkomstplicht.

Het genoemde "slachtverbod" was waarschijnlijk een veterinaire maatregel om de verspreiding van dierziekten (zoals vogelpest of mond-en-klauwzeer) tegen te gaan, wat voor handelaren in wild en gevogelte direct tot een stilstand van de aanvoer en verkoop leidde. Dergelijke ambtelijke adviezen geven een goed beeld van de spanningsvelden tussen strikte marktreglementen en de economische realiteit van individuele marktkooplieden in het vooroorlogse Amsterdam.

Locaties

Amsterdam ("Amst.")

Gerelateerde Documenten 3