Ambtsbericht/Adviesnota.
Origineel
Ambtsbericht/Adviesnota. 20 december 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar van de marktpolitie of een gelieerde dienst (ondertekend door C.J. Mosselman). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Advies op No. 25/259/1 R/P.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van S. Engelsman, pl. 195 A.C., betreffende assistentie door den heer W. Meyer, geb. 26-11-96 bericht ik U, dat mi. tegen inwilliging van het verzoek geen bezwaar bestaat.
Voorzoover dezerzijds is na te gaan, betreft het hier een normaal bijstandsgeval.
Amst. 20 Dec. '40
[Handtekening, vermoedelijk C.J. Mosselman] Het document is een kort, formeel advies over een verzoek van een marktkoopman.
* S. Engelsman is de verzoeker, die een standplaats heeft op de A.C. (de Albert Cuypmarkt), nummer 195.
* Hij vraagt toestemming om geassisteerd te worden door W. Meyer (geboren op 26 november 1896).
* De ambtenaar die het advies schrijft, ziet geen belemmeringen voor dit verzoek en kwalificeert het als een "normaal bijstandsgeval". Dit betekent dat de aanvraag voldoet aan de geldende reglementen voor hulp bij een marktkraam, bijvoorbeeld wegens ziekte, ouderdom of drukte.
De schrijfstijl is zakelijk en typisch voor de Nederlandse bureaucratie uit de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van de naamvallen zoals "den heer" en afkortingen als "mi." voor mijns inziens). Dit document dateert van december 1940, zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de bezetter met het invoeren van beperkende maatregelen, ook op de Amsterdamse markten. De Albert Cuypmarkt was een centrale plek in het Amsterdamse economische leven, waar veel Joodse kooplieden werkten.
Hoewel dit document op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is de datum saillant. In de loop van 1941 zouden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden drastisch verscherpt worden, leidend tot hun uiteindelijke verwijdering van de reguliere markten naar speciaal aangewezen "Joodsche markten". De namen Engelsman en Meyer komen veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam; het is zeer waarschijnlijk dat dit document betrekking heeft op personen die kort na deze brief te maken kregen met de uitsluitingspolitiek van de nazi-bezetter. Het archief van het Marktwezen is een belangrijke bron voor het reconstrueren van deze geschiedenis.