Officiële correspondentie / Vergunningsbewijs.
Origineel
Officiële correspondentie / Vergunningsbewijs. 7 januari 1941 (verzonden op 8 januari 1941). De Directeur (waarschijnlijk van de Afdeling Marktwezen, Amsterdam). Den Heer S. Engelsman, Albert Cuypstraat 194 I, Amsterdam-Zuid. [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. de Laer [mogelijk paraaf/naam functionaris]
[Middenboven, gestempeld/getypt:]
HG.
[Linksboven, getypt:]
25/259/2 M. 1940
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 8/1
[Rechts, getypt:]
7 Januari 1941.
[Adresseringsblok, getypt:]
den Heer S.Engelsman,
Albert Cuypstraat 194 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
[Inhoud, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 December jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
te laten bystaan - niet vervangen - door D.Meyer, geboren 26
November 1896.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in zakelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "hierby" en "bystaan" met een 'y' in plaats van 'ij').
* Onderwerp: De heer S. Engelsman krijgt toestemming om zich op zijn marktplaats aan de Albert Cuypstraat te laten bijstaan door een assistent, D. Meyer.
* Beperkingen: De toestemming is "tot wederopzegging" (herroepbaar) en er wordt expliciet benadrukt dat het gaat om "bijstaan" en "niet vervangen". Dit betekent dat de vergunninghouder (Engelsman) zelf aanwezig moet blijven op de marktplaats.
* Identificatie: Van de assistent wordt de exacte geboortedatum (26 november 1896) vermeld, wat wijst op een strikte administratieve controle op marktpersoneel. * Historische periode: Januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Joodse context: De Albert Cuypmarkt lag in de Amsterdamse Pijp, een wijk met veel Joodse bewoners en marktkooplieden. De naam S. Engelsman (waarschijnlijk Salomon Engelsman) en de locatie suggereren dat dit document betrekking heeft op een Joodse marktkoopman.
* Verharding van maatregelen: Slechts drie dagen na de datum van deze brief, op 10 januari 1941, werd de verplichte registratie van alle Joden in Nederland verordend (VO 6/41). Korte tijd later werden Joodse marktkooplieden steeds meer beperkt in hun bewegingsvrijheid, totdat zij in de loop van 1941 alleen nog op specifieke "Joodse markten" mochten staan en uiteindelijk helemaal werden uitgesloten van het economisch verkeer.
* Administratieve continuïteit: Het document toont hoe de gemeentelijke bureaucratie (Marktwezen) in de eerste fase van de bezetting nog grotendeels op de normale wijze functioneerde, terwijl op de achtergrond de uitsluiting van Joodse burgers uit de maatschappij in gang werd gezet.