Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 340
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / rapportage.

Begin 1941 (gebaseerd op referentie naar 4-1-41 in de tekst).

Origineel

Ambtelijk advies / rapportage. Begin 1941 (gebaseerd op referentie naar 4-1-41 in de tekst). [Linksboven]
Advies op No. 25/266/1 Ms

[Rechtsboven]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

In verband met bijgaand schrijven van
de markthooflieden J.H. Eveleens en W.G. Meitz, resp.
pl. 21 en 90 AC, diene het volgende:
Beide hooflieden zijn, voorzoover mij bekend, thans
werkzaam in Frankrijk ten behoeve der Duitsche
Wehrmacht.
Dientengevolge verzoeken beiden vrijstelling van
plaatsbezetting en marktgeldbetaling.
Tegen inwilliging van het eerste gedeelte van
het verzoek bestaat m.i. voor een omtrent tijdvak
(3 mnd. b.v. in dit geval) geen bezwaar.
Ten opzichte van het tweede gedeelte van het
verzoek diene het volgende:
Waar het hier vrijwel hetzelfde geval betreft als
van den heer Nather, op wiens verzoek dd. 4-1-41 door mij
advies is uitgebracht, en waarna ik bij dezen meen
te moeten verwijzen, wensch ik het volgende op te
merken:
1º Beider vrouwen zijn in dienst der Gemeente
als schoonmaaksters;
2º Volgens hun eigen bewering wordt hun loon gedeelte-
lijk aan hun vrouwen uitgekeerd, nl ± f 33.75 p.w.,
terwijl zij in het genot van kost en inwoning
worden gesteld en bovendien f 5.- p.wk ontvangen, terwijl
na afloop van den werktermijn (± 13 wk.) hun boven- Dit ambtelijke document betreft een advies over een verzoek van twee marktkooplieden die hun standplaats op de markt willen aanhouden terwijl zij voor de Duitse Wehrmacht in Frankrijk werken. Zij verzoeken om twee zaken: het behoud van hun plek (plaatsbezetting) en ontheffing van de betaling van het marktgeld.

De adviseur is van mening dat:
1. Het reserveren van de standplaats voor een beperkte periode (ca. 3 maanden) acceptabel is.
2. De vrijstelling van betaling (marktgeld) echter niet gerechtvaardigd is. Hij voert hiervoor aan dat de mannen financieel zeer ruim zitten: hun vrouwen verdienen een eigen salaris als gemeentelijke schoonmaaksters, en zij krijgen daarbovenop een deel van het loon van de mannen (f 33,75 per week, wat destijds een aanzienlijk bedrag was). Omdat de mannen zelf vrije kost en inwoning hebben en zakgeld ontvangen, is er volgens de adviseur geen reden voor financiële coulance. Het document biedt een inkijkje in de sociaal-economische realiteit van de Duitse bezetting in Nederland aan het begin van 1941:
* Arbeitseinsatz / Vrijwillig werk: Veel Nederlanders werkten in het buitenland voor de Duitse oorlogsindustrie of het leger, aangetrokken door de relatief hoge lonen in vergelijking met de armoede in Nederland.
* Bureaucratische continuïteit: Ondanks de bezetting bleven de gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) volgens bestaande regels en procedures functioneren.
* Financiën: De genoemde bedragen (f 33,75 per week) geven een beeld van de koopkracht en loonverhoudingen in oorlogstijd. De ambtenaar hanteert hier een strikte lijn: wie voor de bezetter werkt en goed verdient, hoeft niet op gemeentelijke steun te rekenen.

Samenvatting

Dit ambtelijke document betreft een advies over een verzoek van twee marktkooplieden die hun standplaats op de markt willen aanhouden terwijl zij voor de Duitse Wehrmacht in Frankrijk werken. Zij verzoeken om twee zaken: het behoud van hun plek (plaatsbezetting) en ontheffing van de betaling van het marktgeld.

De adviseur is van mening dat:
1. Het reserveren van de standplaats voor een beperkte periode (ca. 3 maanden) acceptabel is.
2. De vrijstelling van betaling (marktgeld) echter niet gerechtvaardigd is. Hij voert hiervoor aan dat de mannen financieel zeer ruim zitten: hun vrouwen verdienen een eigen salaris als gemeentelijke schoonmaaksters, en zij krijgen daarbovenop een deel van het loon van de mannen (f 33,75 per week, wat destijds een aanzienlijk bedrag was). Omdat de mannen zelf vrije kost en inwoning hebben en zakgeld ontvangen, is er volgens de adviseur geen reden voor financiële coulance.

Historische Context

Het document biedt een inkijkje in de sociaal-economische realiteit van de Duitse bezetting in Nederland aan het begin van 1941:
* Arbeitseinsatz / Vrijwillig werk: Veel Nederlanders werkten in het buitenland voor de Duitse oorlogsindustrie of het leger, aangetrokken door de relatief hoge lonen in vergelijking met de armoede in Nederland.
* Bureaucratische continuïteit: Ondanks de bezetting bleven de gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) volgens bestaande regels en procedures functioneren.
* Financiën: De genoemde bedragen (f 33,75 per week) geven een beeld van de koopkracht en loonverhoudingen in oorlogstijd. De ambtenaar hanteert hier een strikte lijn: wie voor de bezetter werkt en goed verdient, hoeft niet op gemeentelijke steun te rekenen.

Gerelateerde Documenten 3