Ambtsbericht of rapportage (pagina 2).
Origineel
Ambtsbericht of rapportage (pagina 2). Circa november 1940 (gebaseerd op interne dateringen). ... dien f 10.- p. wk zal worden uitgekeerd.
3^o Momenteel zijn kooplieden bij de Duitsche weer-
macht in Amsterdam of Soesterberg werkzaam, die
vrijstelling van plaatsbezetting is verleend, doch
het verschuldigde marktgeld voldoen (b.v. de Waal, pl. 63 AC).
4^o Eveneens zijn kooplieden naar N. Frankrijk ver-
trokken, wien vrijstelling van betaling is verleend
(b.v. G. Slikker, pl. 233 AC, vrijgesteld v.a. 27/10-'40. Zie 52/204/2 Mls/)
5^o Ook zijn plaatsen ingetrokken wegens wanbe-
taling van kooplieden die in Duitschland vrijwillig
zijn gaan werken (b.v. J. Th. Houthuijsen pl. 150 AC,
ingetr. 4/11-40. Zie Doss. 13 G.Z.).
6^o Andere vaste plaatshouders werken in N. Frank-
rijk, terwijl hun vrouwen hen op hun plaatsen
vervangen (b.v. Ch. J. van Thon, pl. 196 AC).
Mogelijk is bijgaand staatje met meerdere
soorten gevallen aan te vullen, doch is zulks
door mij in hoofdzaak geschied om aan te
toonen, dat vrijstelling van betaling vaak tot
onbillijkheden aanleiding moet geven.
M.i. bestaat er slechts één weg: iedereen, die
prijs stelt op behoud zijner plaats dient
daarvoor te betalen en zoo er afwijkingen of
vrijstellingen worden toegestaan of voordeelen verleend,
dan dient zulks eveneens voor ieder te gelden, dus
ook voor kooplieden, die om welke redenen dan ook,
hetzij gevraagd of ongevraagd, geen gebruik maken De tekst behandelt de administratieve en ethische problematiek rondom het behoud van marktplaatsen door kooplieden die door de oorlogsomstandigheden elders werkzaam zijn. Er worden vier categorieën onderscheiden:
1. Kooplieden werkzaam voor de Wehrmacht in Nederland die hun stageld wel betalen.
2. Kooplieden in Noord-Frankrijk die vrijstelling van betaling hebben gekregen.
3. Kooplieden die vrijwillig in Duitsland zijn gaan werken en wiens plaatsen zijn ingetrokken wegens wanbetaling.
4. Kooplieden in Noord-Frankrijk wiens echtgenotes de marktplaats waarnemen.
De schrijver pleit voor een eenduidig beleid om "onbillijkheden" (onrechtvaardigheid) te voorkomen. Het voorstel is strikt: wie zijn plek wil behouden, moet betalen, ongeacht de reden van afwezigheid. Dit document dateert uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (najaar 1940). Het weerspiegelt de ontregeling van de lokale economie en de arbeidsmarkt. Veel mannen werden ingezet voor de Arbeitseinsatz of werkten (al dan niet vrijwillig) direct voor de Duitse militaire apparatuur in Frankrijk of Duitsland. Voor marktmeesters en gemeentelijke diensten ontstonden hierdoor complexe vraagstukken over wie recht had op een vaste standplaats en onder welke financiële voorwaarden. De genoemde locaties (Amsterdam, Soesterberg) en de afkortingen (zoals AC voor 'Abonnement C' of een specifieke marktsectie) duiden op een ambtelijke context van een grote Nederlandse gemeente.