Briefkaart (achterzijde met adressering en afzender).
Origineel
Briefkaart (achterzijde met adressering en afzender). De afzender is H. Blits, wonend aan het Afrikanerplein 10-I in Amsterdam. De achternaam Blits was een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam; het Afrikanerplein lag in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1940 een zeer grote Joodse populatie kende. De kaart is gericht aan een heer bij het Marktwezen in Amsterdam. Dit was de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor de exploitatie en het toezicht op de Amsterdamse markten. De naam van de ontvanger is "D. Neutem v. L." (mogelijk Neutem van L...). (Rechterzijde - Adres):
Aan den Heer
D neutem v. L
Marktwezen
Amsterdam
(Linkerzijde - Afzender):
AFZ. H. Blits
Afrikanerpl 10 I
(Gedrukte tekst/stempel):
BRIEFKAART
POSTZEGEL
VOOR HET KIND
AMSTERDAM 27 XII 1940 * Documenttype: Het betreft een officiële "Voor het Kind"-briefkaart uit de emissie van 1940. Deze kaarten werden verkocht met een toeslag voor kinderbescherming en kinderwelzijn.
* Afzender: De afzender is H. Blits, wonend aan het Afrikanerplein 10-I in Amsterdam. De achternaam Blits was een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam; het Afrikanerplein lag in de Transvaalbuurt, een wijk die in 1940 een zeer grote Joodse populatie kende.
* Ontvanger: De kaart is gericht aan een heer bij het Marktwezen in Amsterdam. Dit was de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor de exploitatie en het toezicht op de Amsterdamse markten. De naam van de ontvanger is "D. Neutem v. L." (mogelijk Neutem van L...).
* Handschrift: Het betreft een vlot, enigszins haastig cursief handschrift in donkere inkt. De kaart dateert van december 1940, ruim een half jaar na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide het dagelijks leven en de bureaucratie (zoals de postbezorging en gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen) in deze fase nog grotendeels door volgens de oude structuren.
De locatie van de afzender is historisch significant: de Transvaalbuurt zou later in de oorlog een brandpunt worden van de Jodenvervolging. Gezien de datum en de adressering aan een gemeentelijke instantie, kan dit een zakelijke correspondentie zijn, mogelijk gerelateerd aan marktvergunningen of administratieve zaken in een tijd waarin de eerste anti-Joodse maatregelen reeds van kracht werden (zoals de ariërverklaring voor ambtenaren in oktober 1940). De informele doch correcte adressering suggereert een functioneel contact. D. Neutem H. Blits Marktwezen