Ambtelijk advies / Interne notitie.
Origineel
Ambtelijk advies / Interne notitie. 11 januari 1945. [Linksboven:]
Advies op No 2504/1944
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
[Tekst:]
In verband met bijgaand verzoek van
H. Blitz, v. d. Alb. Cuyp bericht ik u, dat mij
geen bezwaar bestaat verzoeker gedurende
de wintermaanden (tot 1 Mrt. a.s.) vrijstel-
ling van plaatsbezetting te verlenen.
[Rechtsonder:]
Amst. 11 Jan. '45
[Signatuur, mogelijk J. v.d. Horst] Dit handgeschreven document is een ambtelijke reactie op een verzoek van een marktkoopman genaamd H. Blitz. Blitz was werkzaam op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. In de markthandel gold (en geldt vaak nog steeds) de regel dat een koopman zijn toegewezen standplaats daadwerkelijk moet innemen om het recht op die plek te behouden. Indien men door omstandigheden niet kan staan, moet men een 'vrijstelling van plaatsbezetting' aanvragen.
In dit geval adviseert de opsteller van het briefje (vermoedelijk een marktmeester of een afdelingshoofd) positief over het verzoek van Blitz om gedurende de rest van de winter (tot 1 maart 1945) niet op de markt te hoeven verschijnen zonder zijn rechten te verliezen. De redenen voor dergelijke verzoeken waren veelal gerelateerd aan gezondheid, gebrek aan handelswaar of extreme weersomstandigheden. De datum van dit document, 11 januari 1945, plaatst de correspondentie midden in de Hongerwinter in bezet Nederland. Amsterdam leed in deze periode onder extreme kou en een totaal gebrek aan voedsel en brandstof. De markten functioneerden nauwelijks nog omdat er vrijwel geen goederen meer aan te voeren waren. Het is tekenend voor de bureaucratische continuïteit dat men zich in deze diepe crisis nog bezighield met de administratieve afhandeling van standplaatsvergunningen.
De naam H. Blitz is eveneens saillant. De familie Blitz was (en is) een bekende familie in de Amsterdamse markthandel, met name op de Albert Cuypmarkt. Gegeven het feit dat de grootschalige deportaties van Joodse Amsterdammers in januari 1945 al lang hadden plaatsgevonden, roept de aanwezigheid van een handelaar met deze naam vragen op. Mogelijk betrof het een lid van de familie die niet onder de anti-Joodse maatregelen viel (bijvoorbeeld door een 'gemengd huwelijk') of een niet-Joodse tak van de familie. Het document biedt hiermee een klein inkijkje in de complexe sociale en administratieve werkelijkheid van Amsterdam aan het einde van de Tweede Wereldoorlog.