Administratief bijblad / dossierkaart (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad / dossierkaart (Algemene Zaken Model No. 14). [Linksboven, in kaderstempel:]
BIJBLAD VAN:
M.- No. 25/267/1 1940
DOORGEZONDEN: 28/12
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Hr v Moerkerken-159
advies
2-1-'41
de Boer
[Midden links, handgeschreven:]
zonder verlies van een voorkeurrecht
Aan H. Blits kan m.i.
worden toegestaan om tot
1 Mei a.s. geen plaats op de
markt aan de Alb. Cuypstraat
in te nemen.
(Zie rapport chef marktopz) 16-1-'41
de Boer
[Midden rechts, handgeschreven:]
H. Blits, Vinkenstraat no. 72 I
Alb. Cuypstraat
24 Dec '40 gewaarschuwd
wegens onvoldoende marktbezoek.
[Onderaan, groot handgeschreven in rood en potlood:]
25/267/2 M 20/1/41 HS
6
[Voetnoot, gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de marktkoopman H. Blits, die een staanplaats had op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De kaart geeft een inkijkje in de strikte handhaving van het marktreglement.
Op 24 december 1940 ontving Blits een officiële waarschuwing omdat hij onvoldoende aanwezig was op de markt ("onvoldoende marktbezoek"). In de daaropvolgende weken is er overleg tussen ambtenaren (waaronder 'de Boer' en mogelijk 'Hr. van Moerkerken'). Er wordt geadviseerd om Blits uitstel te verlenen: tot 1 mei 1941 hoeft hij zijn plaats niet in te nemen, met het belangrijke voorbehoud dat hij zijn "voorkeurrecht" (het recht op die specifieke vaste plek) niet verliest. De definitieve administratieve afhandeling van dit verzoek vindt plaats op 20 januari 1941. De context van dit document is cruciaal voor het begrip ervan. Hartog Blits was een Joodse marktkoopman die woonachtig was in de Vinkenstraat in de Jordaan. De datum (winter 1940-1941) markeert de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland.
Tijdens deze periode nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe. Hoewel de volledige segregatie van markten (waarbij Joodse handelaren alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" mochten staan) pas in september 1941 werd doorgevoerd, hadden Joodse ondernemers al in 1940 te maken met toenemende beperkingen, pesterijen en economische onzekerheid. Het "onvoldoende marktbezoek" en het verzoek om tijdelijke ontheffing kunnen direct of indirect samenhangen met deze verzwarende omstandigheden. Uit archiefbronnen van de Oorlogsgravenstichting blijkt dat Hartog Blits in 1943 in Sobibor is vermoord; dit administratieve document is een van de laatste tastbare sporen van zijn professionele leven in Amsterdam voordat de uitsluiting compleet werd. H. Blits Gemeente Amsterdam Marktwezen