Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 352
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief/beschikking.

20 januari 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst van de Gemeente Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een officiële brief/beschikking. 20 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst van de Gemeente Amsterdam). [Handgeschreven bovenin:] extra

[Rechtsboven:] D/HG.

den Heer H. Blits,
Afrikanerplein 13 I,
Amsterdam-Oost.

Wijk 20.

25/267/2 M. 1940 [1940 is handgeschreven]
20 Januari 1941.

Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 27 December jl. verleen ik U hierbij uitstel van Uw verplichting om regelmatig gebruik te maken van de U verleende voorkeurskaart voor de markt Albert Cuypstraat en wel tot 1 Maart 1941.

De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling van administratieve aard. De heer H. Blits, een marktkoopman woonachtig in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost), heeft een "voorkeurskaart" voor de Albert Cuypmarkt. Een dergelijke kaart gaf de houder het recht op een vaste staanplaats, maar daar stond de verplichting tegenover om deze plaats ook daadwerkelijk en regelmatig te bezetten.

Uit de tekst blijkt dat de heer Blits op 27 december 1940 om uitstel van deze verplichting heeft verzocht. De directeur (van de betreffende gemeentelijke dienst) willigt dit verzoek in en verleent uitstel tot 1 maart 1941. Het document is een doorslag (carbonkopie) voor het archief, wat blijkt uit de blauwgrijze kleur van het papier en de type-indruk. Dit document dateert van januari 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierbij van groot historisch belang:

  1. De Locatie: Het Afrikanerplein lag in de Transvaalbuurt, een wijk waar in 1941 zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. De naam "Blits" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam.
  2. Beperkende maatregelen: In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger. Hoewel dit specifieke document een ogenschijnlijk normale administratieve handeling betreft (het verlenen van uitstel), vonden dergelijke interacties plaats tegen een achtergrond van toenemende uitsluiting.
  3. De Albert Cuypmarkt: Vanaf de herfst van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten. In Amsterdam-Oost en op het Waterlooplein werden specifieke "Joodse markten" ingesteld waar zij nog wel mochten staan, maar de Albert Cuypstraat werd voor hen verboden terrein.
  4. Februaristaking: Dit document is geschreven slechts één maand voor de Februaristaking (25-26 februari 1941), die mede werd uitgelokt door de gewelddadige razzia's in de nabijgelegen Jodenbuurt.

Het document vormt hiermee een klein puzzelstukje in de bureaucratische vastlegging van het leven van een Amsterdamse burger aan de vooravond van de grote deportaties.

Samenvatting

Het document is een zakelijke mededeling van administratieve aard. De heer H. Blits, een marktkoopman woonachtig in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost), heeft een "voorkeurskaart" voor de Albert Cuypmarkt. Een dergelijke kaart gaf de houder het recht op een vaste staanplaats, maar daar stond de verplichting tegenover om deze plaats ook daadwerkelijk en regelmatig te bezetten.

Uit de tekst blijkt dat de heer Blits op 27 december 1940 om uitstel van deze verplichting heeft verzocht. De directeur (van de betreffende gemeentelijke dienst) willigt dit verzoek in en verleent uitstel tot 1 maart 1941. Het document is een doorslag (carbonkopie) voor het archief, wat blijkt uit de blauwgrijze kleur van het papier en de type-indruk.

Historische Context

Dit document dateert van januari 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierbij van groot historisch belang:

  1. De Locatie: Het Afrikanerplein lag in de Transvaalbuurt, een wijk waar in 1941 zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. De naam "Blits" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam.
  2. Beperkende maatregelen: In de loop van 1941 werden de maatregelen tegen Joodse burgers steeds strenger. Hoewel dit specifieke document een ogenschijnlijk normale administratieve handeling betreft (het verlenen van uitstel), vonden dergelijke interacties plaats tegen een achtergrond van toenemende uitsluiting.
  3. De Albert Cuypmarkt: Vanaf de herfst van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten. In Amsterdam-Oost en op het Waterlooplein werden specifieke "Joodse markten" ingesteld waar zij nog wel mochten staan, maar de Albert Cuypstraat werd voor hen verboden terrein.
  4. Februaristaking: Dit document is geschreven slechts één maand voor de Februaristaking (25-26 februari 1941), die mede werd uitgelokt door de gewelddadige razzia's in de nabijgelegen Jodenbuurt.

Het document vormt hiermee een klein puzzelstukje in de bureaucratische vastlegging van het leven van een Amsterdamse burger aan de vooravond van de grote deportaties.

Gerelateerde Documenten 3