Afschrift van een officiële circulaire (dienstbrief).
Origineel
Afschrift van een officiële circulaire (dienstbrief). 17 april 1942. [Bovenaan de pagina]
RIJKSDIENST VOOR DE WERKVERRUIMING INSPECTIE DRENTHE. Afschrift
No. 1902
Betreffende
Schorsing en werkweigering
Joodsche arbeiders
Aan
den Heer Directeur voor
Sociale Zaken,
te AMSTERDAM.
Assen, 17 April 1942.
Ik heb de eer U hierbij ter kennisneming toe te zenden een exemplaar van een door mij aan de uitvoerders en kokbeheerder verzonden circulaire.
Nr. J 2262 I U d.d. 20 April 1942.
Het Hoofd van de Inspectie
De Inspecteur, w.g. onleesb.
RIJKSDIENST VOOR DE WERKVERRUIMING INSPECTIE DRENTHE Afschrift.
Nr. 1901
Onderwerp:
Schorsing en werkweigering
Joodsche arbeiders
Assen, 17 April 1942.
Ik deel U hierbij mede, dat tot dusverre bij schorsing van Joodsche arbeiders, deze in het kamp moesten verblijven, terwijl voor de betreffende dag(en) geen betaling plaats vond. Dit systeem is in de practijk niet doeltreffend gebleken. Het interesseert blijkbaar meerdere Joodsche arbeiders niet, of zij voor één of meerdere dagen geen betaling ontvangen, terwijl zij het verblijven in het kamp, terwijl de anderen werken, allerminst als een straf beschouwen.
Van nu af aan dient deswege op elk werkobject een apart stuk werk te worden gereserveerd, op hetwelk de tewerkgestelden gedurende hun schorsingstijd zonder betaling moeten worden tewerkgesteld. Voeren zij gedurende deze tewerkstelling te weinig uit, dan moet deze vorm van tewerkstelling worden verlengd, totdat een hoeveelheid arbeid is verricht, welke bij normaal werken gedurende de schorsingsdag (en) zou zijn uitgevoerd.
Schorsing heeft in het vervolg bij deze tewerkgestelden derhalve de beteekenis van werken zonder betaling op een afzonderlijk stuk werk.
Weigert een tewerkgestelde dit, dan dient hem door den kokbeheerder geen brood te worden verstrekt, terwijl de overige voeding voor de kamer, waarin de betrokkene woont met één portie wordt verminderd. Willen de kamergenooten dezen man van hun rantsoen mede laten eten dan is dit hun zaak.
Dezelfde maatregel dient door de kokbeheerders te worden toegepast ten aanzien van tewerkgestelden, die voorgeven niet te kunnen werken, terwijl zij door den dokter voor het werk geschikt worden geacht. Gedurende de schorsingsdagen wordt normaal kostgeld in rekening gebracht.
Deze maatregelen stellen de betrokkenen niet vrij van eventueele zeer strenge maatregelen, welke binnenkort tegen hen genomen kunnen worden.
Aan de uitvoerders en kokbeheerders wordt verzocht deze regeling nauwgezet op te volgen met opdracht aan de kokbeheerders een exemplaar dezer circulaire op het publicatiebord aan te plakken.
Het Hoofd van de Inspectie
De Inspecteur
w.g. Buiskool
Aan de uitvoerders en kokbeheerders van werkkampen
met Joodsche arbeiders in de provincie DRENTHE.
--- * Punitief karakter: De brief beschrijft een aanzienlijke verharding van het regime in de werkkampen. De straf voor "wangedrag" verschuift van passieve schorsing (zonder loon in het kamp blijven) naar actieve dwangarbeid zonder betaling.
* Collectieve straf: Bijzonder wreed is de maatregel waarbij de voedselrantsoenen van de gehele kamer worden verminderd als één individu weigert te werken. Dit is een bewuste tactiek om sociale druk en onderlinge spanningen tussen de gevangenen te creëren.
* Financiële uitbuiting: De arbeiders moeten tijdens hun schorsing onbetaald werken, terwijl de kosten voor hun verblijf ("kostgeld") gewoon worden doorberekend.
* Medische controle: De autoriteit van de kamparts wordt ingezet om simulatie (het voorwenden van ziekte) de kop in te drukken, waarbij twijfelgevallen direct als werkweigeraars worden aangemerkt.
* Dreiging: De laatste alinea bevat een onheilspellende waarschuwing over "zeer strenge maatregelen" die binnenkort genomen zullen worden. Dit duidt op de nakende deportaties naar kamp Westerbork en verder.
--- Dit document stamt uit een cruciale fase van de Jodenvervolging in Nederland (april 1942). Sinds januari 1942 werden duizenden Joodse mannen uit de steden naar werkkampen in Noord- en Oost-Nederland gestuurd onder het mom van de "Rijksdienst voor de Werkverruiming". Hoewel dit aanvankelijk een Nederlandse instantie voor werkloosheidsbestrijding was, werd deze tijdens de bezetting volledig ingezet voor de nazi-agenda.
De inspecteur die de brief ondertekent, H.J. Buiskool, stond bekend om zijn meedogenloze handhaving in de Drentse kampen.
De timing van dit schrijven is essentieel: slechts enkele maanden na deze circulaire, in de zomer van 1942, begonnen de massale deportaties vanuit Nederland naar de vernietigingskampen in het oosten. De werkkampen dienden in feite als verzamelpunten om de Joodse mannen te isoleren van hun families, voordat zij in oktober 1942 via Westerbork werden afgevoerd.