Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 88
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (mogelijk een doorslag voor het archief).

3 juni 1940. Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Gemeente Amsterdam). Aan: Den Heer W.M. Pitters, Barentszstraat 62 hs, Amsterdam-Centrum (Wijk 16).

Origineel

Getypte brief (mogelijk een doorslag voor het archief). 3 juni 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Gemeente Amsterdam). Den Heer W.M. Pitters, Barentszstraat 62 hs, Amsterdam-Centrum (Wijk 16). [Linksboven, getypt:]
VP/HG.

28/38/2 M.

[Rechtsboven, handgeschreven in inkt:]
l.n. de Laer

[Middenboven, diagonaal handgeschreven in potlood/inkt:]
verzonden 3/6

[Rechts, getypt:]
3 Juni 1940.

den Heer W.M.Pitters,
Barentszstraat 62 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 16.

[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 18 Mei jl.
verleen ik U hierbij alsnog tot uiterlijk 1 Augustus a.s.
uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de
markt Lindengracht te bezetten, mits U zorg draagt, dat het
ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld wekelijks
wordt betaald.

[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief besluit van een gemeentelijke instantie in Amsterdam. De kern van het document is de inwilliging van een verzoek van de heer W.M. Pitters.

Op 18 mei 1940 heeft de heer Pitters blijkbaar een verzoek ingediend om tijdelijk niet aanwezig te hoeven zijn bij zijn marktkraam op de Lindengracht. Volgens de marktverordeningen was een standplaatshouder destijds verplicht om de marktplaats regelmatig zelf te bezetten. De directeur verleent hierbij uitstel van deze verplichting tot 1 augustus 1940.

Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: het wekelijkse marktgeld moet wel gewoon betaald blijven worden, ondanks zijn afwezigheid. Het document toont de bureaucratische afhandeling van marktplaatsrechten in Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De datering van dit document is historisch zeer significant: 3 juni 1940. Dit is minder dan drie weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) en het begin van de Duitse bezetting.

De brief van de heer Pitters was binnengekomen op 18 mei, slechts drie dagen na de overgave. Het is zeer waarschijnlijk dat zijn verzoek om afwezigheid direct gerelateerd was aan de chaos, mobilisatie of de persoonlijke gevolgen van de inval. Desondanks laat dit document zien dat de gemeentelijke bureaucratie (zoals de marktmeester en de administratie) vrijwel onmiddellijk weer 'business as usual' oppakte onder de nieuwe omstandigheden.

De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was (en is) een van de prominente markten in Amsterdam. Voor een marktkoopman was het behoud van zijn vaste plek essentieel voor zijn inkomen, vandaar het belang van dit officiële uitstel om te voorkomen dat hij zijn vergunning zou verliezen door afwezigheid.

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief besluit van een gemeentelijke instantie in Amsterdam. De kern van het document is de inwilliging van een verzoek van de heer W.M. Pitters.

Op 18 mei 1940 heeft de heer Pitters blijkbaar een verzoek ingediend om tijdelijk niet aanwezig te hoeven zijn bij zijn marktkraam op de Lindengracht. Volgens de marktverordeningen was een standplaatshouder destijds verplicht om de marktplaats regelmatig zelf te bezetten. De directeur verleent hierbij uitstel van deze verplichting tot 1 augustus 1940.

Er wordt echter een strikte voorwaarde gesteld: het wekelijkse marktgeld moet wel gewoon betaald blijven worden, ondanks zijn afwezigheid. Het document toont de bureaucratische afhandeling van marktplaatsrechten in Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Historische Context

De datering van dit document is historisch zeer significant: 3 juni 1940. Dit is minder dan drie weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) en het begin van de Duitse bezetting.

De brief van de heer Pitters was binnengekomen op 18 mei, slechts drie dagen na de overgave. Het is zeer waarschijnlijk dat zijn verzoek om afwezigheid direct gerelateerd was aan de chaos, mobilisatie of de persoonlijke gevolgen van de inval. Desondanks laat dit document zien dat de gemeentelijke bureaucratie (zoals de marktmeester en de administratie) vrijwel onmiddellijk weer 'business as usual' oppakte onder de nieuwe omstandigheden.

De Lindengrachtmarkt in de Jordaan was (en is) een van de prominente markten in Amsterdam. Voor een marktkoopman was het behoud van zijn vaste plek essentieel voor zijn inkomen, vandaar het belang van dit officiële uitstel om te voorkomen dat hij zijn vergunning zou verliezen door afwezigheid.