Handgeschreven brief (recto zijde).
Origineel
Handgeschreven brief (recto zijde). Nº 20/41/1 M. 1940 23 2/1 Inor
Amsterdam 21. 5. 1940
Hooggeachte Heer
Naar aanleiding van uw
aan mij gericht schrijven
van den 9. Mei j. l. waarin
uw er mij op attent maakt
dat ik volgens Artikel 11
van het reglement mijn
verplichtingen moet vol-
doen dat anders mijn
plaats wordt ingetrokken
heb ik voldaan. Maar nu
zal ik eens een blik bij mij
achter de schermen geven
Toen ik die ƒ 4.80 heb voldaan
had ik van N.S. ƒ 15.- handels
geld gekregen dus bleef er
over ƒ 10.20 Nu zijn die toe-
standen ingetreden en De schrijver reageert op een officiële aanmaning van 9 mei 1940. In die aanmaning werd de persoon gewezen op Artikel 11 van een (markt)reglement: indien de financiële verplichtingen niet werden nagekomen, zou de toegewezen "plaats" (waarschijnlijk een marktplaats of standplaats) worden ingetrokken.
De toon van de brief is enerzijds formeel ("Hooggeachte Heer"), maar wordt gaandeweg persoonlijk en verdedigend. De schrijver geeft aan inmiddels te hebben betaald (een bedrag van 4,80 gulden), maar wil de instantie "een blik achter de schermen geven" over de penibele financiële situatie. De schrijver legt uit dat er na betaling van het verschuldigde bedrag van de ontvangen 15 gulden "handelsgeld" (mogelijk een vorm van voorschot of uitkering via de N.S., de Nederlandse Spoorwegen) slechts 10,20 gulden overbleef om van te leven of handel te drijven. De brief breekt af bij de vermelding van de ingetreden "toestanden". De datum van de brief, 21 mei 1940, is van cruciaal historisch belang. Nederland was op dat moment net gecapituleerd (14/15 mei 1940) na de Duitse inval op 10 mei. De brief is geschreven in de eerste week van de bezetting.
De "toestanden" waar de schrijver aan het eind naar verwijst, duiden op de chaos, de economische onzekerheid en de shock die de inval en de daaropvolgende bezetting teweegbrachten in Amsterdam. Het feit dat de aanmaning gedateerd is op 9 mei — de dag vóór de invasie — en de burger pas een week na de overgave reageert, illustreert hoe het dagelijks leven en de bureaucratie probeerden door te gaan te midden van een nationale crisis. De brief geeft een zeldzaam, menselijk inkijkje in de directe financiële zorgen van een kleine zelfstandige of markthandelaar tijdens de meidagen van 1940.