Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 136
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / Intern memorandum.

21 juni 1940.

Origineel

Ambtelijke notitie / Intern memorandum. 21 juni 1940. no 28/4.7/1 m 1940

Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.

De standhouder no 147 G.J. Vissen heeft een
assistentie vergunning onder No 28/61/2 m 1937.
m.i. maakt Vissen wel eens misbruik van
genoemde assistentie, bv. toen zijn vader handel-
geld moest hebben beweerde hij niet meer samen
te doen, en kreeg de vader handelgeld.
Is er bv. voldoende ruimte op de markt, dan
staat zijn vader appart, en kan hij het alleen af.
Hier schuilt m i een onjuistheid in, en
dient hij opnieuw een doktersverklaring in te
leveren.

21 Juni 1940
[Handtekening, mogelijk: Meurs] * De kern van de zaak: De ambtenaar (waarschijnlijk een marktmeester of controleur) rapporteert aan de Inspecteur van het Marktwezen over standhouder G.J. Vissen. Vissen beschikt over een vergunning om hulp te krijgen op de markt (assistentievergunning), wat destijds vaak gebonden was aan medische noodzaak.
* De verdenking: Vissen lijkt de regels te buigen naar gelang het financieel uitkomt. Wanneer er "handelgeld" (waarschijnlijk een vorm van uitkering of startkapitaal) voor zijn vader aangevraagd kon worden, beweerde Vissen dat ze apart werkten. Echter, in de praktijk blijkt de vader vaak alleen een standplaats in te nemen als er plek is, wat suggereert dat Vissen de assistentie van zijn vader niet permanent nodig heeft voor zijn eigen bedrijfsvoering.
* Conclusie van de schrijver: De huidige situatie is "onjuist". De schrijver adviseert om een nieuwe doktersverklaring te eisen om vast te stellen of Vissen wel echt recht heeft op die assistentie. * Historische context: Het document is gedateerd op 21 juni 1940, ruim een maand na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting net begonnen was, bleven de meeste gemeentelijke en civiele diensten (zoals het Marktwezen) onder hun eigen reglementen functioneren.
* Sociaal-economisch: De term "handelgeld" en de strenge controle op assistentievergunningen wijzen op een strak gereguleerd marktsysteem. Assistentievergunningen waren vaak een gunst voor mensen die fysiek niet in staat waren de kraam alleen te runnen. Misbruik hiervan werd gezien als een manier om onterecht extra familieleden op de markt te laten werken of extra vergoedingen te incasseren.
* Taalgebruik: Het gebruik van de 'n' in "den Inspecteur" en spellingen zoals "appart" zijn typerend voor de formele schrijftaal van die periode. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens".

Samenvatting

  • De kern van de zaak: De ambtenaar (waarschijnlijk een marktmeester of controleur) rapporteert aan de Inspecteur van het Marktwezen over standhouder G.J. Vissen. Vissen beschikt over een vergunning om hulp te krijgen op de markt (assistentievergunning), wat destijds vaak gebonden was aan medische noodzaak.
  • De verdenking: Vissen lijkt de regels te buigen naar gelang het financieel uitkomt. Wanneer er "handelgeld" (waarschijnlijk een vorm van uitkering of startkapitaal) voor zijn vader aangevraagd kon worden, beweerde Vissen dat ze apart werkten. Echter, in de praktijk blijkt de vader vaak alleen een standplaats in te nemen als er plek is, wat suggereert dat Vissen de assistentie van zijn vader niet permanent nodig heeft voor zijn eigen bedrijfsvoering.
  • Conclusie van de schrijver: De huidige situatie is "onjuist". De schrijver adviseert om een nieuwe doktersverklaring te eisen om vast te stellen of Vissen wel echt recht heeft op die assistentie.

Historische Context

  • Historische context: Het document is gedateerd op 21 juni 1940, ruim een maand na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting net begonnen was, bleven de meeste gemeentelijke en civiele diensten (zoals het Marktwezen) onder hun eigen reglementen functioneren.
  • Sociaal-economisch: De term "handelgeld" en de strenge controle op assistentievergunningen wijzen op een strak gereguleerd marktsysteem. Assistentievergunningen waren vaak een gunst voor mensen die fysiek niet in staat waren de kraam alleen te runnen. Misbruik hiervan werd gezien als een manier om onterecht extra familieleden op de markt te laten werken of extra vergoedingen te incasseren.
  • Taalgebruik: Het gebruik van de 'n' in "den Inspecteur" en spellingen zoals "appart" zijn typerend voor de formele schrijftaal van die periode. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens".