Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 184
Dossier 22
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel bijblad / administratieve notitie.

Doorgezonden op 31 juli 1940; getekend op 2 augustus 1940.

Origineel

Officieel bijblad / administratieve notitie. Doorgezonden op 31 juli 1940; getekend op 2 augustus 1940. [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 28/53/1 1940
DOORGEZONDEN: 31/7 [potloodnotitie: 3/7 - '40]

[Hoofdtekst]
Aan P. de Keijzer kan m. i.
worden toegestaan om zijn plaat-
sen op de markten Lindegracht
en Westerstraat voorloopig voor
den tijd van drie maanden
niet in te nemen, mits de
Keijzer zorgt, dat het ook tijdens
zijn afwezigheid verschuldigde
marktgeld wekelijks wordt be-
taald.

[Onderaan]
20/53 h 4
2-8-'40
[Handtekening/Paraaf, mogelijk 'de Heer'] * Onderwerp: Een verzoek van een marktkraamhouder (P. de Keijzer) om tijdelijke ontheffing van de bezettingsplicht van zijn marktplaatsen.
* Besluit: De ambtenaar adviseert (getuige "m.i.", mijns inziens) dat het verzoek kan worden ingewilligd voor een periode van drie maanden.
* Voorwaarde: De ontheffing wordt alleen verleend onder de strikte voorwaarde dat het verschuldigde marktgeld (het stageld) wekelijks wordt doorbetaald, ook al worden de plaatsen niet fysiek bezet.
* Locaties: Het betreft staanplaatsen op de Lindegracht en de Westerstraat, twee bekende marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse/vroege oorlogsperiode (bijv. "voorloopig" met dubbele 'o'). Dit document dateert van juli/augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie liep de gemeentelijke bureaucratie en het beheer van de markten in Amsterdam in eerste instantie gewoon door volgens de bestaande regels.

Het feit dat een marktkraamhouder voor drie maanden zijn plek wil opgeven, kan wijzen op diverse persoonlijke omstandigheden, maar in de context van 1940 kan het ook te maken hebben met de ontregeling van de handel, schaarste aan goederen of de mobilisatie/demobilisatie van personeel. De nadruk op het blijven betalen van het marktgeld laat zien dat de inkomsten voor de gemeente prioritair bleven bij het verlenen van dergelijke gunsten.

Samenvatting

  • Onderwerp: Een verzoek van een marktkraamhouder (P. de Keijzer) om tijdelijke ontheffing van de bezettingsplicht van zijn marktplaatsen.
  • Besluit: De ambtenaar adviseert (getuige "m.i.", mijns inziens) dat het verzoek kan worden ingewilligd voor een periode van drie maanden.
  • Voorwaarde: De ontheffing wordt alleen verleend onder de strikte voorwaarde dat het verschuldigde marktgeld (het stageld) wekelijks wordt doorbetaald, ook al worden de plaatsen niet fysiek bezet.
  • Locaties: Het betreft staanplaatsen op de Lindegracht en de Westerstraat, twee bekende marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan.
  • Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse/vroege oorlogsperiode (bijv. "voorloopig" met dubbele 'o').

Historische Context

Dit document dateert van juli/augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie liep de gemeentelijke bureaucratie en het beheer van de markten in Amsterdam in eerste instantie gewoon door volgens de bestaande regels.

Het feit dat een marktkraamhouder voor drie maanden zijn plek wil opgeven, kan wijzen op diverse persoonlijke omstandigheden, maar in de context van 1940 kan het ook te maken hebben met de ontregeling van de handel, schaarste aan goederen of de mobilisatie/demobilisatie van personeel. De nadruk op het blijven betalen van het marktgeld laat zien dat de inkomsten voor de gemeente prioritair bleven bij het verlenen van dergelijke gunsten.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de marktlocaties Lindegracht en Westerstraat).