Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 191
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen.

22 augustus 1940. Van: De Directeur (mogelijk van een gemeentelijke dienst of marktwezen, vermoedelijk te Muiden gezien de handgeschreven kop). Aan: Den Heer S. den Heyer, Van Egmondstraat 56, Den Haag.

Origineel

Getypte brief (doorslag) met handgeschreven kanttekeningen. 22 augustus 1940. De Directeur (mogelijk van een gemeentelijke dienst of marktwezen, vermoedelijk te Muiden gezien de handgeschreven kop). Den Heer S. den Heyer, Van Egmondstraat 56, Den Haag. [Handgeschreven, rechtsboven:] Lev. M. de Raet.
[Handgeschreven, midden boven:] Muiden 22/8-'40
[Getypt, rechtsboven:] VP/HG.

den Heer S. den Heyer,
Van Egmondstraat 56,
Den Haag.

28/57/4 M. 22 Augustus 1940.

Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 7 dezer bericht
ik U, dat Uw verzoek om vrijstelling van betaling van marktgeld
tot mijn spijt niet voor inwilliging in aanmerking kan komen,
aangezien de op dit stuk geldende voorschriften in Uw geval geen
vrijstelling mogelijk maken.

De Directeur, Deze brief is een formeel, ambtelijk antwoord op een verzoek van een burger. De heer S. den Heyer had op 7 augustus 1940 per briefkaart verzocht om te worden vrijgesteld van het betalen van marktgeld. Marktgeld was de vergoeding die marktkooplui moesten betalen voor hun standplaats. De directeur wijst dit verzoek af op basis van de geldende voorschriften. De toon is zakelijk en strikt volgens de toenmalige ambtelijke conventies ("tot mijn spijt", "niet voor inwilliging in aanmerking kan komen"). De brief is gedateerd op 22 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting al een feit was, bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels functioneren volgens de bestaande wet- en regelgeving. Dit document illustreert de voortgang van de dagelijkse administratie en belastingheffing in een tijd van grote politieke omwenteling. De verwijzing naar "Muiden" in het handschrift suggereert dat de afzender daar gevestigd was, wat kan duiden op een visser of handelaar die op de markt in Muiden stond of daarvandaan kwam. Het feit dat de ontvanger in Den Haag woonde, wijst op de mobiliteit van marktkooplieden in die tijd.

Samenvatting

Deze brief is een formeel, ambtelijk antwoord op een verzoek van een burger. De heer S. den Heyer had op 7 augustus 1940 per briefkaart verzocht om te worden vrijgesteld van het betalen van marktgeld. Marktgeld was de vergoeding die marktkooplui moesten betalen voor hun standplaats. De directeur wijst dit verzoek af op basis van de geldende voorschriften. De toon is zakelijk en strikt volgens de toenmalige ambtelijke conventies ("tot mijn spijt", "niet voor inwilliging in aanmerking kan komen").

Historische Context

De brief is gedateerd op 22 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting al een feit was, bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels functioneren volgens de bestaande wet- en regelgeving. Dit document illustreert de voortgang van de dagelijkse administratie en belastingheffing in een tijd van grote politieke omwenteling. De verwijzing naar "Muiden" in het handschrift suggereert dat de afzender daar gevestigd was, wat kan duiden op een visser of handelaar die op de markt in Muiden stond of daarvandaan kwam. Het feit dat de ontvanger in Den Haag woonde, wijst op de mobiliteit van marktkooplieden in die tijd.