Archiefdocument
Origineel
20 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst, Amsterdam) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. Aantekening in handschrift bovenaan: extra
vP/HG.
28/66/2 M.
n 2 20 September 1940.
Verzoek van S.Grünfeld om
marktplaats te mogen be-
zetten. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d.
4 dezer om advies ontvangen stukken no.23/5 L.M.1940 heb ik
de eer U te berichten, dat adressant ter toelichting van zijn
verzoek is gehoord. Hij deelde mede, dat hij de Nederlandsche
nationaliteit niet heeft, weshalve hij op grond van het voor-
schrift van artikel 5 van het Reglement op de Markten, niet
voor een vaste plaats op de markt Lindengracht, waar hij
pleegt te staan, in aanmerking kan komen. De bedoeling van
het onderhavige verzoek is, dat ten deze voor hem een uitzon-
dering zal worden gemaakt. Naar mijn meening is het niet ge-
wenscht, om onder de huidige omstandigheden uitzonderingen
als door adressant bedoeld te maken. Sedert bij besluit van
Burgemeester en Wethouders d.d. 19 Januari 1940 No.552 L.M.
1939 een groep buitenlanders als vaste plaatshouders op de
markten zijn toegelaten, zijn andermaal verscheidene soortge-
lijke verzoeken bij mijn dienst ingekomen. Deze werden steeds
van de hand gewezen. Ik geef U beleefd in overweging ook den
adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek niet kan
worden voldaan.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies van de directeur van de Marktdienst aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. Het betreft de afwijzing van een verzoek van de heer S. Grünfeld voor een vaste staplaats op de Lindengrachtmarkt.
Kernpunten in de tekst:
* Wettelijke basis: De afwijzing steunt op artikel 5 van het 'Reglement op de Markten', waarin staat dat een vaste marktplaats enkel is voorbehouden aan personen met de Nederlandse nationaliteit.
* Nationaliteit: De heer Grünfeld heeft verklaard niet over de Nederlandse nationaliteit te beschikken.
* Beleid: De directeur hanteert een strikt beleid. Hoewel er in januari 1940 nog een uitzondering is gemaakt voor een groep buitenlanders, worden sindsdien alle soortgelijke verzoeken stelselmatig afgewezen.
* Argumentatie: De directeur acht het maken van uitzonderingen "onder de huidige omstandigheden" niet gewenst. Het document is gedateerd op 20 september 1940, slechts vier maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam 'S. Grünfeld' en de context van de markt in Amsterdam suggereren dat de aanvrager mogelijk van Joodse afkomst was (veel Joodse marktkooplieden waren statenloos of hadden een buitenlandse nationaliteit).
Hoewel de brief zich strikt aan de ambtelijke regels en het marktreglement houdt, is de frase "onder de huidige omstandigheden" veelzeggend voor de vroege bezettingsperiode. In deze tijd begon het Nederlandse ambtelijke apparaat zich al aan te passen aan de nieuwe realiteit, waarbij de ruimte voor minderheden en buitenlanders snel werd ingeperkt. Niet lang na dit schrijven zouden de anti-Joodse verordeningen van de bezetter de deelname van Joden aan het openbare economische leven en de markten volledig onmogelijk maken. Dit document vormt daarmee een illustratie van de bureaucratische uitsluiting die aan de grotere vervolging voorafging.