Officieel ambtelijk rapport.
Origineel
Officieel ambtelijk rapport. 26 augustus 1940. Inspecteur van het Marktwezen. Nº 20/72/I.M. 1940 27/9
793
Rapport
van den Inspecteur
v.h. Marktwezen
alhier.
Lindengracht.
De vaste plaatshouder no 159 W. Schep
is door mij al meermalen gewaarschuwd, meer bij
zijn stal aanwezig te zijn.
Schep verblijft soms uren achtereen
in een Café, en laat dan zijn handel aan een
ander over, wat dikwijls minderjarige kinderen
zijn, \die/ en dan door mij worden verwijderd.
Zaterdag 24 Augustus was bij de
loting, wel de handel, maar Schep was niet
aanwezig. Schep was zogenaamd even naar
huis om te eten, Schep is echter in 't geheel niet
meer terug op de markt geweest, en zijn handel stond
al dien tijd onbeheerd.
Door deze handeling van Schep, moest een
loteling zonder plaats naar huis gaan, en is hem de
kans om z.g.n. een daggeld te verdienen ontnomen ge-
worden. Dat Schep zijn marktgeld niet op tijd be-
taalt, en steeds met betaling achteruitstaat ook
vanzelfsprekend. Ik verzoek U dan ook Schep op zijn
onbehoorlijk gedrag te wijzen, en hem eenige tijd
van de markt uit te sluiten.
26-8-1940.
[Handtekening]
Z.O.Z. Dit document is een formele klacht van een marktinspecteur gericht aan zijn superieuren of het gemeentebestuur. De inspecteur rapporteert aanhoudend wangedrag van standhouder W. Schep op de Lindengrachtmarkt. De voornaamste grieven zijn:
- Afwezigheid en verwaarlozing: Schep laat zijn kraam ("stal") urenlang onbeheerd achter om in het café te verblijven.
- Ongeoorloofde vervanging: Hij laat de handel over aan derden, waaronder minderjarige kinderen, wat tegen de marktreglementen indruist.
- Benadeling van anderen: Door zijn kraam op zaterdag 24 augustus niet formeel op te geven maar wel weg te blijven, nam hij een plek in die anders naar een "loteling" (een tijdelijke handelaar zonder vaste plek) had kunnen gaan. Hierdoor delfde een ander persoon inkomsten ("daggeld") die hij hard nodig had.
- Wanbetaling: Naast zijn gedragsproblemen staat Schep ook chronisch in het krijt bij de marktmeester voor zijn staangeld.
De inspecteur adviseert een disciplinaire maatregel in de vorm van een officiële berisping en een tijdelijke schorsing van de markt. * Tijdsbeeld: Het rapport is geschreven in augustus 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. Hoewel het een alledaagse marktverordening betreft, vond dit plaats in een tijd van toenemende schaarste en strikte regulering door de bezetter en het lokale bestuur.
* De Lindengrachtmarkt: Gelegen in de Jordaan, was dit een vitale plek voor de voedselvoorziening van de lokale bevolking. De regels voor "vaste plaatshouders" en "lotelingen" waren streng om een eerlijke verdeling van de schaarse handelsruimte te garanderen.
* Sociaal-economisch: De tekst geeft een inkijkje in de dagelijkse realiteit van de handel; het missen van een dagopbrengst ("daggeld") was voor veel lotelingen een kleine persoonlijke ramp. Het optreden van de inspecteur is hier niet alleen gericht op ordehandhaving, maar ook op een vorm van sociale rechtvaardigheid binnen het marktsysteem. W. Schep Marktwezen