Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 296
Dossier 75
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart of bijlage).

1 oktober 1920.

Origineel

Handgeschreven brief (mogelijk een briefkaart of bijlage). 1 oktober 1920. Mijne Geachte Heer, Amsterdam 1 Oct 1920.
Naar aanleiding van uw bericht om weer
de markt te bezoeken. Deel ik u mede dat
ik tijdelijk werk heb gevonden op de Centrale
Markt. Daar mijn werk misschien over
2 of drie weken is afgelopen, en ik weer
de markt geregeld weer kunnen bezoeken.
Zou ik u beleefd, doch dringend willen
verzoeken een uitstel van +/- 1 maand
aan mij te willen toestaan. In de hoop
dat u aan mijn beleefd verzoek zoudt
willen voldoen. De schrijver van deze brief reageert op een eerder bericht (waarschijnlijk een oproep of aanmaning) betreffende het bezoeken van "de markt". De context suggereert dat de afzender een bepaalde verplichting heeft – mogelijk een administratieve afspraak, een keuring of het betalen van marktgeld – die hij momenteel niet kan nakomen omdat hij tijdelijk werk heeft gevonden op de Centrale Markt in Amsterdam.

De toon van de brief is uiterst hoffelijk maar ook noodlijdend ("beleefd, doch dringend"). De schrijver voorziet dat het tijdelijke werk over twee tot drie weken zal eindigen en vraagt daarom om een uitstel van ongeveer één maand. Het handschrift is vloeiend en wijst op een geoefende schrijver, ondanks de wat informele opzet van de tekst. In 1920 was de economische situatie in Amsterdam na de Eerste Wereldoorlog nog volop in beweging. De "Centrale Markt" waarnaar wordt verwezen, was in die tijd een cruciaal punt voor de voedselvoorziening van de stad. Hoewel de grote Markthal aan de Jan van Galenstraat pas in 1934 opende, was het systeem van gecentraliseerde markten al eerder in ontwikkeling om de handel efficiënter te maken.

Dergelijke verzoeken om uitstel komen vaak voor in archieven van sociale diensten, marktwezen of belastinginstanties uit die periode. Het illustreert de precaire positie van de arbeidersklasse, waarbij tijdelijk werk (losse arbeid) vaak voorrang moest krijgen boven officiële verplichtingen om in het levensonderhoud te kunnen voorzien.

Samenvatting

De schrijver van deze brief reageert op een eerder bericht (waarschijnlijk een oproep of aanmaning) betreffende het bezoeken van "de markt". De context suggereert dat de afzender een bepaalde verplichting heeft – mogelijk een administratieve afspraak, een keuring of het betalen van marktgeld – die hij momenteel niet kan nakomen omdat hij tijdelijk werk heeft gevonden op de Centrale Markt in Amsterdam.

De toon van de brief is uiterst hoffelijk maar ook noodlijdend ("beleefd, doch dringend"). De schrijver voorziet dat het tijdelijke werk over twee tot drie weken zal eindigen en vraagt daarom om een uitstel van ongeveer één maand. Het handschrift is vloeiend en wijst op een geoefende schrijver, ondanks de wat informele opzet van de tekst.

Historische Context

In 1920 was de economische situatie in Amsterdam na de Eerste Wereldoorlog nog volop in beweging. De "Centrale Markt" waarnaar wordt verwezen, was in die tijd een cruciaal punt voor de voedselvoorziening van de stad. Hoewel de grote Markthal aan de Jan van Galenstraat pas in 1934 opende, was het systeem van gecentraliseerde markten al eerder in ontwikkeling om de handel efficiënter te maken.

Dergelijke verzoeken om uitstel komen vaak voor in archieven van sociale diensten, marktwezen of belastinginstanties uit die periode. Het illustreert de precaire positie van de arbeidersklasse, waarbij tijdelijk werk (losse arbeid) vaak voorrang moest krijgen boven officiële verplichtingen om in het levensonderhoud te kunnen voorzien.

Locaties

Amsterdam.