Archief 745
Inventaris 745-321
Pagina 378
Dossier 23
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / Brief (Model No. 14 van Algemene Zaken).

11 november 1940.

Origineel

Ambtelijke notitie / Brief (Model No. 14 van Algemene Zaken). 11 november 1940. [Rechtsboven handgeschreven:] 964

[Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. - No. 28/78/3 1940
DOORGEZONDEN: 11/11

[Handgeschreven tekst centraal:]
Y. Goedhart
pl 202 Westerstraat
" 275 Lindenmarkt

plaats Westerstraat 11-11-'40 wegens
wanbetaling afgevoerd.
plaats Lindenmarkt 28/10 '40 wegens
wanbetaling afgevoerd.

[Links diagonaal:] Spoed

[Hoofdtekst:]
Y. Goedhart was aanvankelijk in de steun opgenomen.
Sedert 31 augustus j.l. werkt zijn zoon in Duitschland en
wordt dientengevolge aan Goedhart een bedrag van f 18.-
per week uitgekeerd. Goedhart beweert tot augustus
f 18.- steun per week te hebben genoten. Indien die f 18.-
gezinsinkomsten zijn en dit bedrag is inderdaad gelijk
aan het bedrag dat hem als steun zou worden uitgekeerd,
dan komt G. m. i. voor vrijstelling van betaling van
marktgeld in aanmerking. Ik geef ik in overweging
het verzoek van Goedhart om advies te zenden aan M. S.
merk hierbij echter op, dat M. S. Goedhart niet...

[Linkerkant:]
2.
z.o.z.

[Onderaan links, gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de marktkoopman Y. Goedhart. Hij had twee vaste staanplaatsen op de Amsterdamse markten (Westerstraat en Lindenmarkt), maar is daarvan "afgevoerd" (verwijderd) vanwege wanbetaling.

De kern van de zaak is een verzoek van Goedhart om vrijstelling van het marktgeld. De reden hiervoor is een verandering in zijn inkomen: sinds 31 augustus 1940 werkt zijn zoon in Duitsland, waardoor Goedhart een uitkering van 18 gulden per week ontvangt. De ambtenaar merkt op dat dit bedrag gelijk is aan de "steun" (sociale uitkering) die hij voorheen ontving. Op basis daarvan wordt geopperd dat hij mogelijk in aanmerking komt voor vrijstelling van betaling, vergelijkbaar met personen die volledig van de steun afhankelijk zijn.

De notitie is gemarkeerd met "Spoed" en verwijst door naar "M.S." (vermoedelijk de afdeling Maatschappelijke Steun) voor nader advies. Onderaan staat "z.o.z." (zie ommezijde), wat aangeeft dat de tekst op de achterkant van het origineel doorloopt. Het document is gedateerd op 11 november 1940, slechts zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding dat de zoon van de betrokkene in Duitsland werkt, is typerend voor deze periode. In de vroege oorlogsjaren vertrokken veel Nederlandse arbeiders (al dan niet onder zachte dwang of uit economische noodzaak) naar Duitsland om daar te werken.

De Westerstraat en de Lindenmarkt zijn bekende markten in de Amsterdamse Jordaan. Het document geeft een inkijkje in de bureaucratische afhandeling van sociale voorzieningen en marktreglementen tijdens de overgang naar de bezettingstijd, waarbij de economische situatie van burgers nauwgezet werd gevolgd door de gemeente.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke notitie betreffende de marktkoopman Y. Goedhart. Hij had twee vaste staanplaatsen op de Amsterdamse markten (Westerstraat en Lindenmarkt), maar is daarvan "afgevoerd" (verwijderd) vanwege wanbetaling.

De kern van de zaak is een verzoek van Goedhart om vrijstelling van het marktgeld. De reden hiervoor is een verandering in zijn inkomen: sinds 31 augustus 1940 werkt zijn zoon in Duitsland, waardoor Goedhart een uitkering van 18 gulden per week ontvangt. De ambtenaar merkt op dat dit bedrag gelijk is aan de "steun" (sociale uitkering) die hij voorheen ontving. Op basis daarvan wordt geopperd dat hij mogelijk in aanmerking komt voor vrijstelling van betaling, vergelijkbaar met personen die volledig van de steun afhankelijk zijn.

De notitie is gemarkeerd met "Spoed" en verwijst door naar "M.S." (vermoedelijk de afdeling Maatschappelijke Steun) voor nader advies. Onderaan staat "z.o.z." (zie ommezijde), wat aangeeft dat de tekst op de achterkant van het origineel doorloopt.

Historische Context

Het document is gedateerd op 11 november 1940, slechts zes maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding dat de zoon van de betrokkene in Duitsland werkt, is typerend voor deze periode. In de vroege oorlogsjaren vertrokken veel Nederlandse arbeiders (al dan niet onder zachte dwang of uit economische noodzaak) naar Duitsland om daar te werken.

De Westerstraat en de Lindenmarkt zijn bekende markten in de Amsterdamse Jordaan. Het document geeft een inkijkje in de bureaucratische afhandeling van sociale voorzieningen en marktreglementen tijdens de overgang naar de bezettingstijd, waarbij de economische situatie van burgers nauwgezet werd gevolgd door de gemeente.