Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. 14 november 1940 (hoofdtekst); 18 november 1940 (paraaf). belet om zijn plaats op de markt in te nemen.
De vraag moet dan ook tevens aan M.S. worden
gesteld of Goedhart indien ~~hij zich~~ zijn zoon niet
in Deutschland zou werken en hij zich voor steun
zou aanmelden, hij dan ook voor steun in aanmer-
king zou komen.
14-11-'40
deHaas [?]
[In het midden genoteerd:]
2. 28/70/4
18/11/40 HB De tekst betreft een ambtelijke vraagstelling over de heer Goedhart. Er wordt een direct verband gelegd tussen het recht op sociale voorzieningen ("steun") en de bereidheid om in Duitsland te gaan werken (de zogenaamde Arbeitseinsatz).
De kern van de vraag is of Goedhart nog wel in aanmerking komt voor steun als zijn zoon weigert werkzaamheden in Duitsland te verrichten. Dit type chantage met sociale uitkeringen was een veelgebruikt middel van de bezetter en de collaborerende administratie om de Nederlandse bevolking tot arbeid in de Duitse oorlogsindustrie te dwingen. De afkorting "M.S." staat hoogstwaarschijnlijk voor de afdeling "Maatschappelijke Steun". Het document dateert van november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze fase begon de druk op de arbeidsmarkt toe te nemen. Hoewel de gedwongen tewerkstelling later in de oorlog veel grootschaliger en gewelddadiger werd, laat dit document zien dat de administratieve voorbereidingen en de koppeling tussen steun en werkbereidheid al vroeg in de bezettingstijd werden geïmplementeerd. De vermelding van "de markt" suggereert dat Goedhart mogelijk een marktkoopman was wiens positie onder druk stond of wiens vergunning afhankelijk werd gemaakt van de medewerking van zijn familieleden aan de Duitse autoriteiten.