Doorslag van een ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief. 18 november 1940. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een gemeentelijke instantie belast met uitkeringen). [Handgeschreven:] Verzonden 18/11 [Handgeschreven:] M. de Waal
[Rechtsboven:] VP/HG.
den Heer Directeur voor
Maatschappelijken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 5.
28/78/4 M. 18 November 1940.
Hiermede heb ik de eer U beleefd te verzoeken mij te willen
berichten, of Y. Goedhart, Westerstraat 83 I, wien een bedrag van
f 18,- per week zou worden uitgekeerd, omdat zijn zoon in Duitsland
is te werk gesteld, wat zijn financieele omstandigheden betreft,
overigens volkomen gelijk is te stellen met iemand, die volledige
ondersteuning van Uw Bureau ontvangt.
De Directeur, * Doel van de brief: De brief dient ter verificatie van de financiële status van de heer Y. Goedhart. De afzender wil weten of Goedhart, afgezien van een specifieke uitkering van 18 gulden per week, beschouwd kan worden als iemand die volledig afhankelijk is van sociale bijstand.
* Aanleiding: De aanleiding is de tewerkstelling van de zoon van de heer Goedhart in Duitsland. Hiervoor bestonden speciale regelingen voor de achterblijvende familieleden. De instantie die deze uitkering beheert, probeert te bepalen hoe "behoeftig" de vader is om de hoogte of het recht op andere vormen van steun vast te stellen.
* Toon: De brief is opgesteld in de toen gebruikelijke, uiterst formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U beleefd te verzoeken"). * Tewerkstelling in Duitsland: Ten tijde van de brief (november 1940) bevond Nederland zich in de eerste maanden van de Duitse bezetting. De tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) was in dit stadium vaak nog "vrijwillig", maar werd door de bezetter sterk gepusht via economische weg. Arbeidslozen die werk weigerden, verloren hun uitkering. De achtergebleven familie ontving vaak een vergoeding om het verlies aan inkomen te compenseren.
* Maatschappelijken Steun: Dit was de voorloper van de huidige sociale dienst. Het adres in de Reguliersdwarsstraat was de centrale zetel van de Amsterdamse armenzorg.
* Westerstraat 83 I: Een adres in de Jordaan, een wijk die in 1940 nog grotendeels bestond uit volkswoningen waar veel bewoners afhankelijk waren van dergelijke steunmaatregelen.
* Geldbedrag: Een bedrag van 18 gulden per week was voor die tijd een redelijke basisuitkering voor een huishouden, maar door de stijgende prijzen tijdens de oorlog vaak net genoeg voor het broodnodige. M. de Waal Y. Goedhart