Officiële waarschuwingsbrief (doorslag).
Origineel
Officiële waarschuwingsbrief (doorslag). 23 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instantie in Amsterdam). Den Heer J.C. Pedro, Lindengracht 168 III, Amsterdam-Centrum. extra
HG.
den Heer J.C. Pedro,
Lindengracht 168 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
28/80/3 M. 23 October 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 15 October jl. op Uw plaats op de markt Lindengracht heeft laten vervangen door Uw minderjarigen zoon, zonder dat U daartoe dezerzijds toestemming was verleend.
Ik waarschuw U hierbij ernstig, dit voortaan na te laten.
De Directeur, De brief is een formele berisping aan een marktkoopman, J.C. Pedro, gevestigd aan de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan. De overtreding betreft het laten bemannen van zijn marktplaats door zijn minderjarige zoon op 15 oktober 1940, zonder dat daarvoor officiële toestemming was verleend door de marktautoriteiten. De toon van de brief is streng en ambtelijk ("Ik waarschuw U hierbij ernstig"). Het document illustreert de strikte handhaving van marktreglementen in Amsterdam tijdens deze periode. Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de brief op het eerste gezicht een triviale administratieve kwestie lijkt, krijgt hij een diepere lading door de historische context en de identiteit van de geadresseerde.
- Sociaal-economisch: De Lindengrachtmarkt was (en is) een belangrijke volksmarkt. Marktplaatsen waren strikt gereguleerd en persoonsgebonden. Het inzetten van minderjarige kinderen was aan banden gelegd om kinderarbeid te voorkomen en de marktorde te handhaven.
- Joodse geschiedenis: De naam J.C. Pedro (Joseph Carel Pedro) is een naam die voorkomt in de archieven van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Joseph Carel Pedro, woonachtig op de Lindengracht 168, inderdaad koopman was en tijdens de oorlog is vermoord in het vernietigingskamp Sobibor.
- Bureaucratie in oorlogstijd: In de herfst van 1940 begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende bestuur met het inventariseren en inperken van de rechten van Joodse burgers. Hoewel deze brief een algemene overtreding van het marktreglement betreft, past de strikte, bijna intimiderende handhaving in een klimaat waarin Joodse marktkooplieden steeds nauwer werden gevolgd door de autoriteiten. Kort na deze brief zouden Joodse kooplieden steeds vaker te maken krijgen met uitsluiting van de openbare markten. J.C. Pedro