Administratieve interne notitie/geleidebrief.
Origineel
Administratieve interne notitie/geleidebrief. 20 november 1940 t/m 6 december 1940. [Stempel linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 28/87/1 1940
DOORGEZONDEN: 20/11
[Handgeschreven tekst]
J. Kuiper, sollicitant no. 567
Prinsengracht
Opgeroepen om uiterlijk 20 Nov ’40
een voorkeurskaart in ontvangst
te komen nemen.
Het verzoek om J. Kuiper
dient m.i. te worden afge-
wezen.
Aangezien Kuiper nog nimmer
een vaste plaats op de markt
Lindengracht heeft ingenomen
gaat het m.i. niet op, nu hij particulier
werk heeft een voorkeurskaart voor hem
beschikbaar te houden. Andere kooplieden
zouden daardoor worden benadeeld.
[Rechtsmidden, schuin geschreven]
Th. Wolff
advies
26-11-40
[Rechtsonder]
de Boer
Wat voert Kuiper uit?
3-12-40
de Boer
[Linksonder in rood potlood/inkt]
6/12/40
No 28/87/2 54
[Voetnoot links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de afhandeling van een aanvraag voor een "voorkeurskaart" voor de markt op de Lindengracht in Amsterdam door een zekere J. Kuiper.
Uit de aantekeningen blijkt een ambtelijke discussie:
1. Aanvankelijk (20 november) was Kuiper opgeroepen om de kaart op te halen.
2. Op 26 november adviseert Th. Wolff echter om het verzoek af te wijzen. De reden hiervoor is dat Kuiper nooit een vaste standplaats op die markt heeft gehad en momenteel ander ("particulier") werk heeft. Het toekennen van een voorkeurskaart zou andere actieve kooplieden benadelen.
3. Er volgt een vraag van De Boer ("Wat voert Kuiper uit?") om meer informatie over zijn huidige werkzaamheden.
4. Uiteindelijk lijkt de zaak op 6 december te zijn afgehandeld met een definitief kenmerk. Het document dateert uit november/december 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden marktreglementen en de toewijzing van standplaatsen strenger gecontroleerd door de gemeente (vaak onder toezicht van de bezetter).
Een "voorkeurskaart" gaf een koopman voorrang bij het toewijzen van schaarse marktplaatsen. De bureaucratische nauwkeurigheid in deze notitie laat zien dat er kritisch werd gekeken of iemand wel echt afhankelijk was van de markthandel voor zijn inkomen, om "oneerlijke" concurrentie of misbruik van standplaatsen te voorkomen. De Lindengrachtmarkt was (en is) een belangrijke Amsterdamse markt in de Jordaan. J. Kuiper M. No