Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 58
Dossier 27
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.

10 december 1940. Van: Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. Aan: Den Heer W. Kartoef, Utrechtschedwarsstraat 103 III, Amsterdam-Centrum (Wijk 4). Dossier: 28/93/6

Origineel

Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 10 december 1940. Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14. Den Heer W. Kartoef, Utrechtschedwarsstraat 103 III, Amsterdam-Centrum (Wijk 4). [Briefhoofd met logo van de gemeente Amsterdam: drie Andreaskruisen op een burcht]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 28/93/6 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP : _

AMSTERDAM (W.) 10 December 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer W. Kartoef,
Utrechtschedwarsstraat 103 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.

[Handgeschreven:] Verzonden 10/12

Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt ge-
geven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om Uw
plaats op de markt
Lindengracht
regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge ar-
tikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrok-
ken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op
te komen
11
by den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14,
Dec. tusschen 10-12 uur of op 13 Dec. om 10 uur v.m.
Amsterdam-West.

De Directeur,

[Onderaan de pagina:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. Deze brief is een officiële sommatie van de Dienst van het Marktwezen aan een marktkraamhouder, de heer W. Kartoef. De essentie is een dreigende intrekking van de marktvergunning op de Lindengracht. De reden hiervoor is 'verzuim': de heer Kartoef heeft zijn aangewezen plaats niet regelmatig bezet, ondanks eerdere waarschuwingen.

Opvallend is de bureaucratische structuur: de brief verwijst direct naar de geldende wetgeving (Artikel 11 van het Reglement op de Markten). Voordat de definitieve beslissing tot intrekking valt, krijgt de betrokkene de kans om zich te verantwoorden ("gehoord te worden") bij de inspecteur op het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat. De getypte toevoegingen ("Lindengracht", de datum "11" en de specifieke tijden) laten zien dat dit een standaardformulier was dat per casus werd ingevuld. De brief is gedateerd op 10 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratieve toon heeft over het niet bezetten van een marktplaats, is de historische context van belang. Tijdens de bezetting werden Joodse marktkooplieden steeds meer beperkt in hun werkzaamheden; vanaf eind 1940 en begin 1941 werden zij stelselmatig van de reguliere markten verbannen.

Het is niet direct uit dit document af te leiden of de afwezigheid van de heer Kartoef een persoonlijke reden had, of dat het samenhing met de toenemende restricties voor bepaalde groepen burgers. De Dienst van het Marktwezen zette de handhaving van de marktregels gedurende de bezettingstijd strikt voort. De locatie van de afspraak, Jan van Galenstraat 14, was het adres van de toenmalige Centrale Markthallen, waar de administratie van het Amsterdamse marktwezen was gevestigd. W. Kartoef Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Deze brief is een officiële sommatie van de Dienst van het Marktwezen aan een marktkraamhouder, de heer W. Kartoef. De essentie is een dreigende intrekking van de marktvergunning op de Lindengracht. De reden hiervoor is 'verzuim': de heer Kartoef heeft zijn aangewezen plaats niet regelmatig bezet, ondanks eerdere waarschuwingen.

Opvallend is de bureaucratische structuur: de brief verwijst direct naar de geldende wetgeving (Artikel 11 van het Reglement op de Markten). Voordat de definitieve beslissing tot intrekking valt, krijgt de betrokkene de kans om zich te verantwoorden ("gehoord te worden") bij de inspecteur op het hoofdkantoor aan de Jan van Galenstraat. De getypte toevoegingen ("Lindengracht", de datum "11" en de specifieke tijden) laten zien dat dit een standaardformulier was dat per casus werd ingevuld.

Historische Context

De brief is gedateerd op 10 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratieve toon heeft over het niet bezetten van een marktplaats, is de historische context van belang. Tijdens de bezetting werden Joodse marktkooplieden steeds meer beperkt in hun werkzaamheden; vanaf eind 1940 en begin 1941 werden zij stelselmatig van de reguliere markten verbannen.

Het is niet direct uit dit document af te leiden of de afwezigheid van de heer Kartoef een persoonlijke reden had, of dat het samenhing met de toenemende restricties voor bepaalde groepen burgers. De Dienst van het Marktwezen zette de handhaving van de marktregels gedurende de bezettingstijd strikt voort. De locatie van de afspraak, Jan van Galenstraat 14, was het adres van de toenmalige Centrale Markthallen, waar de administratie van het Amsterdamse marktwezen was gevestigd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt Lindengracht

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3