Dienstbrief (officiële correspondentie)
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie) 25 november 1940 Gemeente Energiebedrijf Amsterdam (GEB) Directeur van het Marktwezen, Amsterdam [Bovenaan links, handgeschreven in blauw potlood:]
№ 29/12/3 M. 1940 26/11
[Briefhoofd:]
GEMEENTE ENERGIEBEDRIJF AMSTERDAM
TESSELSCHADESTRAAT 1
[Linkerkolom:]
Telegramadres: Electrogas
TELEFOONNUMMERS:
Hoofdkantoor 84111, 33131
Bureau Hoogte Kadijk 200 51600, 53600
Brieven uitsluitend te adresseeren aan de Directie.
Verzoeke bij telefoongesprekken betreffende onderstaand onderwerp te vragen naar toestel No. 621
Bij beantwoording aan te halen:
Afd. IA/FK. No.
[Geadresseerde in kader:]
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M - West.
[Onder het kader:]
Afd. Electriciteit.
AMSTERDAM (W.), 25 NOV. 1940
[Handgeschreven aantekening in blauw en rood bovenaan rechts:]
[onleesbaar, mogelijk initialen/paraaf]
[Inhoud:]
Betreft: verzoek van S. Beesemer, Nieuwmarkt 3, tot aansluiting van een electr. kachel in haringkar Nieuwmarkt.
In antwoord op Uw brief dd. 18 November jl., No. 29/12/2 M, deelen wij U het volgende mede.
Het komt ons niet gewenscht voor aan het verzoek te voldoen, daar toepassing van eigen toestellen, welke de verbruiker naar willekeur kan wijzigen, o.i. voortdurend contrôle vereischt, wat betreft de capaciteit en den op grond daarvan te bepalen stroomprijs. Ook moet gelet worden op de mogelijkheid, dat meer aanvragen zullen worden ingediend voor verwarming, waarop de installatie en de veiligheden in den paal niet berekend zijn.
[Gemarkeerd met paarse streep in de kantlijn:]
Ten slotte meenen wij U te mogen verwijzen naar onzen brief van 9 December 1938, waarin van een soortgelijk verzoek sprake is.
De Directie,
[Handtekening]
[Onderaan:]
22-11-G.
Model 61a
7-'40-10.000
[Rechtsonder, handgeschreven:]
29
[Verticale tekst linkerzijde:]
REKENING No. 59 BIJ HET GIROKANTOOR DER GEMEENTE AMSTERDAM — POSTREKENING No. 368900 Deze brief is een formeel antwoord van de directie van het Gemeente Energiebedrijf Amsterdam aan de Directeur van het Marktwezen. De kern van het document is een gemotiveerde afwijzing van een aanvraag voor een elektrische aansluiting voor een kachel in een haringkar op de Nieuwmarkt.
De argumentatie van het GEB is technisch en administratief van aard:
1. Controleproblematiek: Omdat de gebruiker zelf toestellen kan wisselen, is het lastig om het werkelijke verbruik en de bijbehorende prijs vast te stellen zonder constante controle.
2. Netcapaciteit: De vrees bestaat voor een precedentwerking ("meer aanvragen"). De bestaande infrastructuur (de elektriciteitspaal op de markt) en de zekeringen ("veiligheden") zijn niet berekend op de zware belasting van elektrische verwarming.
3. Consistentie: Er wordt verwezen naar een eerdere afwijzing uit 1938, wat aangeeft dat dit beleid al van voor de oorlog dateert.
De toon is zakelijk en bureaucratisch, typerend voor de gemeentelijke communicatie van die tijd. De datum van de brief, 25 november 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief zelf een strikt administratief karakter heeft, is de naam van de aanvrager historisch significant.
S. Beesemer verwijst naar Salomon Beesemer, een bekende Joodse vishandelaar die een haringkar had op de Nieuwmarkt. In de context van 1940 begon de druk op Joodse ondernemers toe te nemen door de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter. Hoewel de afwijzing in deze brief technisch wordt onderbouwd en aansluit bij beleid uit 1938, is het een illustratie van de dagelijkse beslommeringen en de strijd om het bestaan van kleine ondernemers op de Amsterdamse markten vlak voor de grote deportaties. Salomon Beesemer werd uiteindelijk in 1943 in Sobibor vermoord.
Het document biedt tevens inzicht in de elektriciteitsvoorziening op markten in die tijd: men maakte gebruik van aansluitpunten in palen, die destijds blijkbaar een zeer beperkte capaciteit hadden, voornamelijk bedoeld voor verlichting en niet voor zware apparatuur zoals verwarming.