Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 254
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

12 maart 1940 Van: J. Renz

Origineel

12 maart 1940 J. Renz Zwanenburgwal 12 Maart 1940

Den Heer
Inspecteur.

Om Dhr: J. v. Delft weer direct de plaats welke
hij voorheen bezette (pl: n: 10) toe te wijzen, zou ik
U in overweging willen geven dat niet te doen,
aangezien er vaste plaatshouders op die plaats
inschrijven. Mocht Dhr: v: Delft een voorkeurs-
kaart aanvragen, dan zal hij zoo veel mogelyk
bij zijn gewezen plaats aan een plaats geholpen
worden —

J. Renz De brief bevat een ambtelijk advies met betrekking tot de verdeling van marktplaatsen. De schrijver, J. Renz, adviseert de Inspecteur om Dhr. J. van Delft niet onmiddellijk zijn oude standplaats (nummer 10) terug te geven. De motivatie hiervoor is procedureel: er zijn "vaste plaatshouders" die op basis van geldende regels aanspraak maken op die specifieke locatie.

Als compromis wordt voorgesteld dat wanneer Van Delft een officiële "voorkeurskaart" indient, de administratie haar best zal doen om hem een plek toe te wijzen in de directe nabijheid van zijn oorspronkelijke locatie. Het document getuigt van de strikte bureaucratie en de reglementering rondom de Amsterdamse straathandel in die periode. De brief is geschreven op 12 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, de Zwanenburgwal in Amsterdam, lag in het hart van de Joodse buurt en was nauw verbonden met de marktactiviteiten op en rond het Waterlooplein.

In deze periode was het Marktwezen een streng gecontroleerde gemeentelijke dienst. Standplaatsen waren schaars en de rechten van 'vaste' kooplieden werden nauwlettend bewaakt. Een "voorkeurskaart" was een officieel bewijs dat een koopman voorrang gaf bij de toewijzing van plaatsen, vaak gebaseerd op het aantal jaren dat men op de markt stond. Het feit dat Dhr. Van Delft zijn plaats opnieuw moest aanvragen, kan duiden op een eerdere onderbreking van zijn handel, bijvoorbeeld door ziekte of de voordien geldende mobilisatie.

Samenvatting

De brief bevat een ambtelijk advies met betrekking tot de verdeling van marktplaatsen. De schrijver, J. Renz, adviseert de Inspecteur om Dhr. J. van Delft niet onmiddellijk zijn oude standplaats (nummer 10) terug te geven. De motivatie hiervoor is procedureel: er zijn "vaste plaatshouders" die op basis van geldende regels aanspraak maken op die specifieke locatie.

Als compromis wordt voorgesteld dat wanneer Van Delft een officiële "voorkeurskaart" indient, de administratie haar best zal doen om hem een plek toe te wijzen in de directe nabijheid van zijn oorspronkelijke locatie. Het document getuigt van de strikte bureaucratie en de reglementering rondom de Amsterdamse straathandel in die periode.

Historische Context

De brief is geschreven op 12 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, de Zwanenburgwal in Amsterdam, lag in het hart van de Joodse buurt en was nauw verbonden met de marktactiviteiten op en rond het Waterlooplein.

In deze periode was het Marktwezen een streng gecontroleerde gemeentelijke dienst. Standplaatsen waren schaars en de rechten van 'vaste' kooplieden werden nauwlettend bewaakt. Een "voorkeurskaart" was een officieel bewijs dat een koopman voorrang gaf bij de toewijzing van plaatsen, vaak gebaseerd op het aantal jaren dat men op de markt stond. Het feit dat Dhr. Van Delft zijn plaats opnieuw moest aanvragen, kan duiden op een eerdere onderbreking van zijn handel, bijvoorbeeld door ziekte of de voordien geldende mobilisatie.

Locaties

Zwanenburgwal Amsterdam

Gerelateerde Documenten 3